De W E R E L D E N van I J S B R A N D
V

DE EERSTE OORLOGSJAREN
1939 - 42

Een jaar later, in 1939, zijn IJsbrand's prestaties in de vijfde klas ronduit slecht. Op zijn kerstrapport heeft hij van de tien vakken zeven onvoldoende. Hij heeft nog steeds de flamboyante heer Disma als onderwijzer. Die heeft er geen gemakkelijke klus aan om zijn steeds groter wordende klas van meer dan veertig leerlingen in het gareel te houden.

Er is één leerling die zich niet aan Disma's ijzeren discipline wil onderwerpen. Freddie van Dam werkt als een lap op een stier bij de onderwijzer. Freddie blijft fluisteren achter in de klas als hem dat verboden wordt. Disma is briesend en stuift naar hem toe en grijpt hem bij de haren, waarop Freddie zijn pen naar hem toewerpt. Hij wordt de klas uit gesleurd. IJsje kijkt met verbazing toe en bewondert de moed van Freddie. Hij verwondert zich tegelijkertijd over Freddies naïviteit. (Freddie werd onderwijzer in zijn latere leven en zou een dwarsligger blijven tegenover meerderen. Geen wonder dat hij een bewonderaar werd van Multatuli)

IJ gaat bezorgd met Disma praten over zijn zoontje. Disma heeft een bron van bijverdiensten, bijlessen aan zwakke leerlingen. Als Disma dan ook de verzekering geeft dat zijn zoontje dan over zal gaan besluit Rogge ook maar de kosten van bijlessen op te hoesten - f 1,50 per les. Bij IJsbrand valt het slecht. Daar moet hij nu zijn kostbare speeltijd aan opofferen! Tussen de middag moet hij overblijven om sommetjes en dergelijke te maken. Disma eet dan zijn boterhammetjes op. Later kijkt hij het werk na. Hij heeft maagklachten - de zure lucht van zijn oprispingen vermengen zich met die van de boterhammen. De lucht maakt IJsbrand onpasselijk. (Disma leed aan een kwaal waaraan hij na de oorlog overleed.)

Op 27 mei 1939 wordt IJsbrand tien jaar. Hij krijgt o.a. een dagboekje en noteert daar ijverig in: Ik ben jarig. Wat ik gekregen heb: 2 boeken genaamd 'De Woudreus' en 'Harlekijntje op reis', gekregen van Drijver en Thomassen; 2 vulpotloden, één met vier kleuren van Drijver en één van Tinie. Van Pa mooie inktpot die je omkeren kan. Van Moes een zeilboot en een vlakje en een inktlap. Van Sam en Jurrie een mooie voetbal. Van mevrouw en meneer Kolb twee gulden. Van tante An een popeye en een reddingsband in ik heb ook een prettige dag gehad.

Op die dag waren zijn vrienden Sam Presser en Jurriaan de Ruyter uitgenodigd. Die waren in tegenstelling tot IJsbrand gek op voetballen, vandaar hun cadeau. IJsbrand was eigenlijk een beetje gek op Sam die naast hem in de bank op school zat. Hij leerde vanuit de synagoge Hebreeuws en tekende IJsbrand de letters wel eens voor. IJsbrand had wel eens aan zijn moeder willen zeggen hoe lief hij Sam vond, maar hield op het laatste nippertje zijn mond. Hij zou zijn verdere leven blijven zwijgen over zulke dingen. (Sam zou de oorlog niet overleven. Hij werd afgevoerd en in 1943 in Dachau een paar dagen voor zijn verjaardag vergast. Maar dat zou IJsbrand eerst veel en veel later horen.)

Het moet Pinksteren geweest zijn want de volgende dag schrijft IJsbrand neer: Vanmorgen hebben we een meetje quartet gespeeld. Daarna heb ik mij aangekleed en toen hebben wij een foto van mijn geschenken gemaakt. Toen heb ik Kees wat voorgelezen waar pa wat van opgenomen heeft. Toen heb ik op het plaatsje gebald. Toen zijn we naar het bosplan gegaan. Eerst met de tram en toen met de bus en daarna hebben we gelopen. Ook hebben we een windmolen gezien. Ook hebben we een heuvel beklommen en we zijn met de boot teruggegaan.

IJs naast zijn cadeaus

Op de gemaakte foto staat ook een Optica filmprojector, die hij al eerder had gekregen.
Op 29 mei: "We zijn weer naar het bosplan geweest maar nu met Moes en tante An en Noes en Tinie. We hebben heen gelopen. Daar zijn we bij hoge bergen zand gaan zitten, daar hebben we de hele middag gespeeld. Toen zijn we het bosplan uitgegaan en daarna een bos bloemen geplukt. Het was een prettige dag.

IJs leest zijn broertje voor

30 Mei: Ik heb vanmorgen in het bed gespeeld. Toen ben ik onder het bed gaan spelen. Toen zijn we naar het van Heutsz monument geweest. Daar heb ik mijn bootje laten varen en Kees de popeye. Toen midden in het spel heb ik nog verstoppertje gespeeld maar dat ging ons vervelen. Ook hebben we Tinie en Noes ontdekt. Het was een prettige middag." De lol van het dagboek bijhouden schijnt er dan al af. Op 23 september 1939 staat er nog: "'s Morgens wou ik met Kees gaan wedstrijden maar Pa maakte er al gauw een eind aan."

In dat jaar gaat ook Kees (hij wordt dan niet meer Cor genoemd, omdat zijn kindse oom Cor nu niet bepaald een voorbeeld was) naar de Spieghelschool eerste klas. Hij kan goed meekomen.

Thea heeft een man op een bankje in het Vondelpark ontmoet. Hij is werkeloos en werkt op haar gemoed in. Hij komt later aan de deur om van haar een pakje boterhammen in ontvangst te nemen. IJ komt echter onverwachts thuis en stuurt hem jaloers ruw weg. Vreemd genoeg maakt hij haar geen woord van verwijt. Integendeel!

Zij zitten niet meer in de steun. Dat is de familie's eer te na, òf ze zijn door het maatschappelijk hulpbetoon aangesproken om de steunuitkeringen te restitueren, òf het is een clausule in het testament van IJ's overleden zuster Mien geweest. Hoe het ook zij, Henny Rogge, met nichten Riet, Mieb en Cor, brengen nu dertig gulden per week samen voor het gezin in Amsterdam. Thea krijgt daar twaalf gulden per week van. Dat vindt ze niet genoeg en er komt ruzie over de verdeling. Thea is al heel wat meer mans geworden en durft voor het eerst IJ te weerstaan. Als de gemoederen hoog oplopen wordt IJ handtastelijk en begint te stompen.

Eens loopt ze met een blauw oog de deur uit naar haar zuster An. IJ blijft met de verbouwereerde kinderen achter. Nu moet hij ze voeden. Hij kookt rijst, bakt een spiegelei, een mata-sapi, en voegt daar wat trasi visplakjes aan toe, die een doordringende stank verspreiden. Tenslotte doet hij op elk van de borden een stuk gelatine pudding. "Is dat niet heerlijk?", vraagt hij de kinderen vol verwachting. Die meesmuilen. Ze hebben zelden zoiets vies gegeten.
Zonder Thea is IJ geen mens meer. In geen tijd is ze weer terug, met een verhoging van het wekelijks inkomen.

Internationale gebeurtenissen worden het gesprek van de dag. IJsbrand hoort er thuis van. De Spaanse burgeroorlog was vagelijk tot hem doorgedrongen in 1936. Nu op zijn tiende maakt het nieuws van een oorlog tussen Engeland en Duitsland meer indruk op hem. Ook met de moedige strijd van de Finnen tegen de Russen wordt meegeleefd. Op school heeft hij geleerd waar die landen liggen en hij leest nu heel wat beter de kranten, al is het alleen al voor de stripverhalen van Mickey Mouse en Bruintje Beer.

foto verjaardag 41

Verjaardag 1941

Verkleedpartijen en voordragen vindt IJsbrand ook geweldig. Als de nichtjes er zijn en de familie zit te kaarten sluipen ze weg, graaien in de kledingrekken, vinden schmink en komen tenslotte met hun verhitte kinderkopjes tevoorschijn uitgedost in verfomfaaide jurken, hoedjes en mantels. De familie houdt dan even op met kaarten en beladen hun met applaus en lofuitingen.

IJsbrand heeft veel van zijn spullen uit de feestwinkel. Die oefent een magische aantrekkingskracht op hem uit met hun maskers en fopmiddelen. Zijn vader heeft hem wel eens mee naar binnen genomen om iets te kopen waarmee ze iemand voor de gek konden houden. Zijn moeite werd vaak beloond. Omoe slaakt een doordringende kreet als ze op bezoek een fop-kunstgebit in haar kop koffie vindt. IJ heeft het dan niet meer van het lachen. Op feestjes worden namaakdrollen gevonden, omgegooide inktpotten, en allerlei ander vermaak, zoals het mannetje in wiens achterwerk men een lont kan aansteken waarna een kunstdrol van as geproduceerd wordt.

IJsbrand heeft ook een goocheldoos, een hoge hoed, een toverstokje, een toverzak waarin alles verdwijnt. Kortom een gehele uitrusting met een boekje hoe je goochelen moet. Een gezelschap amuseren, de aandacht krijgen, die hij zo node van zijn vader mist, dat zijn de drijfveren die hem aansporen.

Hij koopt in de feestwinkel ook wel eens schetsjes voor vermakelijkheden en partijen. Maar ze zijn te flauw naar zijn smaak. Totdat hij er een vindt die "Eet meer bonen" heet. Het gaat over een mannetje dat bezoek ontvangt van een zegsman die het eten van bonen wil aanbevelen. Er volgt dan een aaneenschakeling van de gebruikelijke misverstanden. IJsbrand studeert het met zijn vriendje Frits van Unen in. Zij hebben er een daverend sukses mee en moeten het overal opvoeren: eerst bij de familie, op school, op straat en tenslotte als er een demonstratie op school wordt gegeven van het maken van gramofoonopnames, op de plaat. Telkens schaven ze het bij om het nog leuker te maken. Zelfs in Deventer voert IJsbrand het voor de familie op.

Een vriendje waarmee hij de liefde om voor te dragen deelt is Hans Götze. Zij bespreken plannen om een tekenfilm te maken door direct te tekenen op een blanco 35mm filmstrook. Experimenten in die richting zijn voorlopig nog niet hoopgevend.
Bij Hans is de belangstelling voor vrouwelijk schoon al ontwaakt. Hij krijgt IJsbrand niet mee.

IJ senior wil ook aan de voordrachtskunst van zijn zoon zijn steentje bijdragen. Zijn kennis gaat echter niet verder dan de "Gedichten van den Schoolmeester" van Gerrit van de Linde. Hij herinnert zich nog het oerkomische: "Een leeuw is eigentlijk iemand, die bang is voor niemand!" en andere dijenkletsers. Ze gaan samen de stad in om het boek te vinden. Op het Waterlooplein hebben ze geen succes. Daarna lopen ze ettelijke antiquariaten af. Tenslotte is er één die het heeft. Dat kost Rogge wel het lieve sommetje van een gulden. 'Zonde', vindt zijn ondankbare zoon, die de gedichten onverteerbaar vindt en het boek verder geen blik waardig keurt.

Het zijn niet de enige boeken die in huis komen. Op de veiling tikt Rogge ook wel eens wat voor heel wat minder geld op de kop. De boeken zijn zo verouderd dat er nauwelijks een bod op komt. "Uitvindingen en ontdekkingen in de Negentiende Eeuw" bestaat uit meerdere banden. Dan is er "Voor het Jonge Volkje" en "De Aarde en haar Volkeren" met prachtige gravures.

Gravure Maori's

Maoris op oorlogspad

Op een regenachtige middag plegen ze tevoorschijn te worden gehaald. Dan bekijken ze weer die vreemde plaat van Maori's in Nieuw-Zeeland in oorlogstooi. Ze voeren met een wrede grijs op hun getatoueerde gezichten een krijgsdans op met omhooggeheven speren. Het merkwaardige is dat het lijkt of ze in de lucht zweven - met alle benen van de grond.

Al even intrigrerend is de plaat die een slaaf toont die op het punt staat door een Romeinse keizer in een basin met mensetende krokodillen te worden geworpen omdat hij een kostbare vaas heeft gebroken. Hij kijkt heel angstig naar beneden. Daar zijn de kadavers van vroegere lotgenoten nog in het water te zien. Stom, dat hij die vaas gebroken had.

Wel wat vriendelijker zijn de boekjes met de avonturen van Bruintje Beer. Dan komen de kleurpotloden en waterverf op tafel en worden de plaatjes ingekleurd. Daar doen Tinie en Noes ook vaak aan mee. De muziek van de radio-distributie staat dan aan en er komt snoep op tafel. Dan mijmert IJsbrand over het plaatje van elfjes in een slee als Bruintje de Kerstman bezoekt. Die plaat brengt een speciale stemming bij hem te weeg, die zijn hele leven nog zal terugkeren.

Af en toe leest IJsbrand ook de kinderbijbel in goud op snee uitvoering. Hij is verlucht met houtgravures van de verhalen van de Heer der Heerlijkheid op Aarde. IJsbrandje kan maar niet begrijpen hoe het komt dat deze goede man verstoten werd door zijn eigen volk. Maar ja, het leven was kennelijk verraderlijk.

Op school is een bibliotheek. IJsbrand heeft de aardigheid van het lezen te pakken en leent regelmatig. Hij verslindt Dik Trom en Pietje Bell boeken, "Om de Schatten van Il Tigretto", "Paddeltje". Ook de futuristische boeken van Jules Verne en de zeeverhalen van kapitein Maryatt vindt hij boeiend.

Op Hartjes- en Koninginnedag eind augustus wordt er overal vuurwerk verkocht. Daar doet IJsbrand ook graag aan mee. De rondwervelende zonnetjes, het bengaalse vuur, de romeinse kaarsen, de gillende keukenmeiden, het is allemaal zo fascinerend. IJsbrand mag voor een kwartje wat kopen en steekt het dan voor de hele familie achter op het plaatsje af. De Ooo's en Aaaa's strelen hem.

Met de huurders hebben ze geen moeilijkheden meer. IJ mikt op verlofgangers uit Indië om de beletage aan te verhuren voor f 30 per maand, zodat zij zelf vrij wonen. In 1937 hebben ze familie Zweerman die een motor- zeilschip in Nieuwendam laat bouwen. Als de "Redjekih" klaar is vaart de huurder er het zeegat mee uit. Daarna komt er de secretaris van de gemeente Palembang, de Chinees Tjia, voor drie maanden wonen. In zijn plaats komt een officier van de KNIL, Kolb, met zijn indische vrouw. Zij zijn altijd erg vriendelijk tegen IJsbrandje.

Eens moet hij naar de schoolbioscoop aan het einde van de Overtoom. Hij krijgt van mevrouw Kolb een dubbeltje voor de tram. Moes stelt hem voor het bedrag te sparen en te gaan lopen. Die suggestie schiet wel wortel bij haar zoon, die niet van spaarzin ontbloot is. Nou ja, hij heeft eens een cent uit zijn beursje uitgegeven om zich met het pontje de Leidsekade over te laten zetten. Hij heeft die man al jarenlang zijn passagiers in zijn pontje, al trekkende aan een lijn, naar de overkant zien brengen. Nu smaakt hij voor een cent ook dat genoegen, alhoewel hij niet precies weet wat hij aan de overkant moet doen.

foto: Matroos Rademakers

Matroos Rademaker sneuvelde in de oorlog

Kolb brengt ook wel eens matroos Rademaker van de marine mee bij de Rogge's. Hij zal de komende strijd niet overleven. Zo'n bezoek brengt ook de realiteit van de oorlog dichterbij. Op de journaals in de bioscopen en in de nieuwsberichten wordt voortdurend melding van oorlogshandelingen gemaakt. Hij staat versteld als hij berichten uit Japan leest dat Amerikaanse diplomaten uit de ambassade worden gesleurd en een schop tegen hun achterwerk krijgen. Dat men dat zo maar pikt!

Nederland is neutraal, maar paraat. Het hele leger is alert met fietsen uitgerust. Er wordt al gehamsterd door lieden die daarvoor geld hebben en zich de eerste wereldoorlog weten te herinneren. Op de radio klinkt het: "Holder-de-bolder, we hebben een koe op zolder!, 'Wie heeft 'r suiker in de erwtensoep gedaan' en 'Karolientje heeft een hart van prikkeldraad'.

Met Sinterklaas 1939 komt er weer een pakket uit Deventer met rook- en andere worsten. Kees is natuurlijk nog de enige gelovige, maar IJsbrand krijgt toch ook nog een spoortrein van de HEMA.

Pa verhuurt de beletage aan vluchtelingen uit Oostenrijk waaronder families Schönhofer en Frädrich. Hij heeft een goed kontakt met hen, vooral de 'hübsche' dochters. Iedereen is welkom in huize Rogge zonder onderscheid van ras of nationaliteit. Dat was ook in Thea's straatje want in het vaandel van de Theosofie stonden ook al de verdraagzaamheidsbeginselen.

Op 12 januari 1940 neemt IJsbrand weer eens de pen op en schrijft met zijn hanepoten in zijn dagboek: Vanmorgen naar school geweest. Vanmiddag was ik van plan te gaan schaatsen in het Vondelpark. Maar Pa gaf mij 10 cent om een boek te gaan huren. Ik had goed gekozen. Een boek van Jules Verne 20000 mijlen onder de oppervlakte der zee, westelijk halfrond, waar ik vijf uur in gelezen heb deze dag.
Er zijn door de gehele stad winkelbibliotheken waar boeken voor een dubbeltje geleend kunnen worden - de voorlopers van videotheken. Pa leest altijd boeken over Indië, bijvoorbeeld van Szekely Lulofs: 'Rubber'. IJsbrand moet er ook wel eens een meebrengen voor zijn vader."Vraag maar naar een realistisch boek", wordt hem ingeprent. Hij heeft geen idee wat hij bedoelt, zal het ook nooit te weten komen.

Als Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenvalt zijn de jongens in alle staten van opwinding. Ze luisteren mee met de nieuwsberichten. De wildste geruchten doen de ronde. N.S.B.-ers zouden spionneren. Duitse spionnen zijn per parachute geland en lopen nu als nonnen vermomd rond.

De school is gesloten en IJsbrand loopt met zijn vader de binnenstad in. Op het Damrak klinkt er luchtalarm. Dat is niet voor de eerste keer dat ze dat horen want er waren al oefeningen geweest. Burgerwachten en brandweervrijwilligers hadden op straat geoefend tot groot vermaak van de kinderen. Over de hele stad zijn schuilkelders gebouwd.

Nu het oorlog en dus menes is duiken de mensen op het Damrak de winkels in bij het luchtalarm. Ook Rogge stuift een broodjeszaak naast de Cineac op het Damrak binnen. Even later klinken luide explosies. Na het veilig sein blijken er bommen in de buurt op de Blauwburgwal gevallen te zijn.

Er heerst een gespannen sfeer. Als de jongens met hun nichtjes samen op de Nassaukade lopen, stuiven ze weg als ze knallen horen. Het blijkt geen geschut maar de knalpot van een voorbijrazende auto te zijn.

Intocht duitse troepen in mei 1940

Intocht duitse troepen 1940


Op 15 mei is alles over. Ze horen de capitulatie verklaring van Generaal Winkelman op de radio voorlezen. Rogge gaat met IJsbrand kijken als de gemotoriseerde duitse troepen Amsterdam binnentrekken. IJsbrand is verbaasd dat zo veel van de toeschouwers de hitlergroet brengen na al het vertoon van vaderlandslievendheid uit voorliggende dagen. De verwoestingen van het bombardement van Rotterdam is dan nog niet bij hen doorgedrongen. Die zullen pas na de oorlog goed bekend worden.

De angst blijft bestaan. Als de jongens met hun nichtjes later naar Bussum fietsen zien ze zwarte slierten - wolken die steeds vreemdere formaties aannemen. Een nieuw oorlogswapen? Gifgas? Het blijken formaties vogels boven het Naardermeer te zijn.

De rust keert weer, zij het dat het straatbeeld wordt ontsiert door Duitse soldaten, wehrmacht verkeersborden e.d. Ze krijgen een boekwerkje in de bus waarin getracht wordt de bevolking gerust te stellen. Het Herrenvolk is zo slecht nog niet. De joden blijken overal de schuld van te zijn. Het is gespuis met vreemde gebruiken en gewoontes. Ze zijn net als ongedierte een plaag, leren ze van de nieuwe gezagshebbers. De bevolking weet wel beter want ze heeft al eeuwen met hen vreedzaam samengeleefd.

foto Kees Spieghelschool

Kees Spieghelschool 1941

De kinderen gaan op school over. Kees heeft het aardig gedaan dit eerste jaar. De jongens groeien op en zijn aan een eigen kamertje toe. Ze barsten uit hun woning. Thea zou wel iets veel groters willen. Ze heeft iets op de Stadhouderskade te huur zien staan. Maar IJ durft het niet aan. Dan dient zich de gelegenheid aan om een benedenhuis aan de Jacob van Lennepkade nr. 59 te huren. Het is de zogenaamde goede zijde, want het overige deel van de kade staat niet in hoog aanzien. Zonder woonboten en auto's ligt de kade er rustig bij. De huur van f 48 p.m. ligt binnen hun draagvermogen. Het huurcontract wordt getekend en in juli verhuizen ze. De uit Oostenrijk gevluchte familie Schönhofer gaan mee. Hij heeft een leerwarenfabriek Lemofa op de N.Z.Voorburgwal waar o.a. peau- de-suède portemonnaies en tasjes worden gefabriceerd.

foto:  J.v.Lennepkade 59

foto: Jacob van Lennepkade 59

Voor de jongens is de nieuwe woning een geweldig avontuur. Ze rennen door het huis. Ze hebben er nu een heel souterrain bij en zelfs een tuin. IJ timmert voor hen kamertjes in het souterrain, dat gelijkvloers is met de tuin, maar flink onder het niveau van de straat. Daar zijn maar kleine raampjes.

IJsbrand, die al zijn ouders boven het hoofd begint te groeien, moet er wel gebukt lopen. Er is een mooie rozentuin, die dadelijk door Pa ruw wordt omgespit en sindsdien nooit meer de oorspronkelijke pracht teruggekrijgt.
Een grote kastanjeboom krijgt de schuld van alles. IJ zint er op hem kwijt te raken. Die mag je echter niet zo maar omhakken. Hij went alle middelen aan om hem dan maar op een ogenschijnlijk natuurlijke wijze om zeep te helpen. De boom geeft geen krimp en spreidt zijn bladerdak steeds wijder uit zodat de gehele tuin en het souterrain doorlopend in de schaduw liggen. De boom zal uiteindelijk taaier blijken dan zijn belager.

Fräulein Frädrich met vriendin, op de Nassaukade bij de Overtoom.

Ze verhuren er toch een kamer bij op de parterreverdieping om de hoge huur te bekostigen.
In hun zomervakantie mogen ditmaal Kees en IJsbrand samen bij tante Riet logeren. Voor Kees is dit de eerste aanraking met de Deventer familie en hun luxe omgeving. Hij is uitgelaten, schreeuwt, gooit een handvol grint in de keuken - kortom hij is zo moeilijk handelbaar dat het bij een eerste en laatste bezoek blijft. IJsbrand weet zijn tante Mieb een clownspak afhandig te maken. Hij is er wild mee en dost zich er bij alle gelegenheden mee uit.


IJsbrand's krantje

Een half jaar daarvoor had IJsbrand al eens een krantje geproduceerd. Het heette de Vriendenbode en bestond uit één velletje papier. Hij moest het dan ook helemaal met de hand in blokletters schrijven. Hij gebruikt carbonpapier, maar kan slechts één kopie maken. Er sluipen nog wel eens wat foutjes binnen, maar een kniesoor die daarover valt. Het eerste nummer is uitsluitend gevuld met wetenswaardigheden (Bijvoorbeeld: "Een paar jaar geleden verscheen in een Japanse krant het einde van een feuilleton die 21 jaar gelopen had en in 7300 afleveringen was verschenen.") en puzzels waarmee men een doosje schrijfbenodigdheden kon winnen.
Hij hoopt er in Deventer abonnee's voor te werven voor één gulden per jaar. De familie zet iedereen onder de druk om zich op te geven, zodat IJsbrand later met heel wat guldens thuiskomt. Na verloop van tijd zijn die allemaal verdwenen, opgegaan in de huishouding.

In zijn tweede nummer zijn tekeningen van actuele gebeurtenissen: "De opbouwdienst leert zwemmen", " Bij Noordwijk is het strand afgezet", " Rijnaken worden allemaal naar het IJ gevoerd om doormidden gehakt te worden. Er liggen reeds 300 (Dit was zeer geheime informatie en sloeg op voorbereidingen voor de aanstaande Duitse invasie in Engeland) en tenslotte:"Het Amsterdamse leven gaat zijn gewone gang." Daarna een alarmerend stukje: "TIJDBOMMEN OP AMSTERDAM". In de nacht van dinsdag op maandag toen er magnesiumbommen werden gegooid, hebben de engelsen ook twee tijdbommen op de huizen en op straat geworpen. De halve Kinkerstraat was afgezet. Alle huizen waren ontruimt.", volgens de redactie.

Dan volgt een praktisch stukje over hoe je een rol verduisteringspapier voor de ramen moet maken. "Tenslotte: De post wordt steeds duurder en omdat ik het krantje niet als drukwerk kan versturen wordt de prijs op 10c + 20c = f 0,30 geplaatst." Er verschijnt nog één nummer een half jaar later. De abonnee's kunnen verder naar hun geld fluiten.

Heel langzaam drukt de bezetting zijn stempel op de stad. Allerlei verenigingen worden verboden, w.o. de Theosofie en de Vrijmetselarij. Vrijmetselaars zijn uit hun gebouw aan de Vondelstraat gezet. Het staat nu leeg en dat gaat aan de straatjeugd niet voorbij. IJsbrand en zijn vriendje Frits van Unen besluiten er binnen te dringen. Planken van de dichtgespijkerde ramen worden losgewrikt en daarna wurmen zij zich naarbinnen. Een vochtige rottende walm komt hun tegemoet. Ze sluipen door de glibberige kelder. Het gebouw is leeg maar overal liggen nog restanten van papieren en de boekhouding verspreid. Hun voetstappen klinken hol in het trappenhuis.

Ze beseffen dat hier rijke mogelijkheden bestaan om zich uit te leven. Ze voelen zich hier heer en meester en besluiten een verbond op te richten - de Zwarte Hand. Nieuwe leden wacht een inwijding. Al gauw is het eerste slachtoffer gevonden. Zijn beproeving bestaat uit het betreden van het gebouw . IJsbrand en Frits hebben echter valstrikken gezet. In de Grote Zaal hebben ze brandbare bioscoopfilm gespannen. Als de candidaat zo moedig is de glibberige kelder door te waden, wacht hem het vuurwerk in de Grote Zaal van de filmstroken. Tegelijkertijd klinkt een oorverdovend lawaai uit het trappenhuis. Door het dakraam hebben de jongens emmers met grint omgekeerd, dat zich nu met vrezelijk geraas langs de treden van het trappenhuis een weg baant naar beneden.

Niet alleen de kandidaat krijgt het nu te kwaad, ook de ontgroeners bemerken dat ze het te bont hebben gemaakt. Buiten in de Vondelstraat heeft zich een menigte verzameld, aangetrokken door de vreemde geluiden in het door de duitsers gevorderde gebouw. Politie is in aantocht. Net op tijd weten de jongens uit het huis weg te glippen en als brave halsen tussen het oploopje door te verdwijnen.

Nu dit te riskant blijkt wordt naar nieuwe objecten gezocht. Frits heeft ontdekt dat aan de andere kant van het park in de van Eeghenstraat villa's leegstaan. Ze hebben toebehoord aan gevluchte Joden. Op een zaterdagmiddag wordt ook hier ingebroken. Tot hun verbazing bemerken ze dat er zelfs nog electra en warm water is in de weelderige badkamers met fitness apparaten. De volgende keer nemen ze handdoeken mee en gaan luxe baden.

Het badhuis Sparta aan de da Costakade # 150.
Badhuis Sparta

Dat was heel wat anders dan het badhuis op de Da Costakade waar IJsbrand elke week naartoe moet. Hij moet dan wachten tot een bazige badvrouw hem in een badcel commandeert. En oh, wee, als hij er een minuut langer dan het toegestane half uur in blijft - hij wordt met een luid gebonk op de deur aan de tijd herinnerd.

Badkamer met gevreesde klok
Badhuis Sparta

Ze voelen zich nu de wereld te rijk, daar heel alleen in die grote villa. IJsbrand vindt het opwindend met Frits naakt in bad te gaan. Even prikkelend als hij soms met vriendjes in het A.M.V.J. bad zich omkleedde. Ze bekeken dan elkaars lichamen. Maar daar bleef het dan ook bij.

Hij heeft tegen die tijd zijn zwemdiploma gehaald. Het heeft heel wat moeite gekost. Het ergste is wel als hij achter een 'hengel' van badmeester Servaes aan moet zwemmen over de gehele lengte van het bad. Hij denkt dat hij zal verzuipen, maar haalt het dan toch net. De diploma's worden uitgereikt tijdens een officiele samenkomst waar alle ouders bij tegenwoordig kunnen zijn. Zij demonstreren trots hun zwemkunst, watertrappen, duiken en van de hoge springen.

Zwemmen was toen een afleiding van jewelste voor IJsbrand geworden. Hij weet een flink aandeel te leveren in de algemene cacafonie van geschreeuw in het bad. Goed, ze worden wel eens door een badmeester uit hun hokjes gesmeten als hij ze wil schoonmaken. Het is ook wel eigenaardig dat hij er zo op uit is om over de deurtjes van de douchehokjes heen te kijken, zogenaamd om te controleren of ze wel hun zwempakken uittrekken.

Zelfs Pa gaat wel eens zwemmen. Dat doet hij heel statig. Op zijn rug liggend glijdt hij door het water en maakt alleen wervelende bewegingen met zijn handen. Dat vindt IJsbrand knap, want hij ziet het niemand anders doen. Hij is blij toch nog iets bijzonders in zijn vader te ontdekken. Wel is het vreemd dat zijn vader's lichaam geheel behaard is als een mensaap!

Pa bezoekt nog steeds veilingen. Van één is hij teruggekomen met een Ernemann Kinox 35mm projector en een stapel films. Er is een journaal bij die toont hoe een revolutionair de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand in Serajevo doodschiet - de allereerste aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog. Er is ook een tekenfilm die de draak steekt met de duitsers in de loopgravenoorlog. Uit hun mond komen in ballonnetjes teksten in het frans, waar niemand iets van begrijpt. Allen zonder geluid.

Nadat er een voorstelling gegeven is voor de familie gaat alles weer in een kist. Naar Pa's zin veel te lang. Dus wordt er weer een advertentie gezet in de Telegraaf. Een sjofele man komt er op af. Na loven en bieden wordt een prijs van tien gulden afgemaakt. IJsbrand ziet beteuterd toe hoe zijn speelgoed versjacherd wordt. Het ergste komt nog als de man met de projector verdwijnt onder de plechtige belofte het geld later aan te komen reiken. Zij zien hem nooit terug. IJsbrand heeft zijn vader nooit die goedgelovigheid kunnen vergeven.

Een andere aankoop waar hij langer plezier van zal hebben is een staande gramofoon met zwengel en een stapeltje platen. De melodieën zal hij zijn leven lang niet vergeten. Cavaleria Rusticana, de Mikado, Noël. Pa koopt er ook wel eens een plaatje bij: Underneath the spreading chestnut tree, en Indonesische krontjongs: Nina Bobo en Boeroe kaka-loea.

Op 13 mei 1941 schrijft hij weer eens in zijn dagboekje: 10 mei was ik naar de postzegelmarkt geweest. Want ik heb liefhebberij in het postzegelverzamelen gekregen. Op de markt heb ik een goede vangst gedaan, maar een niet goede vangst was de verkoudheid. Pa zegt dat het komt omdat ik geen hoedje op had. Nu zit ik de hele dag in bed. Gisteren heb ik de portefeuille gelezen. Nu ben ik een krant aan het maken. Pa heeft nog een ameublement gekocht rood en gisteren de kamers verhuurd.

Voor zijn vader was elke jongen die niets op zijn hoofd draagt een straatjongen. Hij draagt zelf ook altijd een hoed en is daar misschien ook wel vroegtijdig kaal door geworden. Zijn eigen verklaring daarvoor is dat hij na gebruik van een haarverfmiddel bestaande uit een zilvernitraatverbinding zich de haren uit het hoofd kon trekken.
Zijn zoon heeft helemaal geen zin in die belachelijke hoedjes. Daar is dan ook altijd strijd over. Kees hoeft slechts nee te zeggen en daarmee is gewoonlijk de strijd beslecht.

Het postzegelverzamelen slaat wel bij IJsbrand aan. Zijn vader heeft hem met een paar Indische zegels naar de postzegelmarkt gestuurd. Een paar handelaren hadden die hem voor een paar centen afhandig gemaakt. Aan de andere kant koopt hij ook weer wat, liefst tegen de halve cataloguswaarde. Van zijn vader krijgt hij voor zijn twaalfde verjaardag een album 'Nederland en Overzeesche Gebieden', waar hij druk in begint te verzamelen.

Mr. Zwart las hieruit voor in de zesde klas

Kees blijft dat jaar zitten. Hij heeft veel onvoldoendes. IJsbrand gaat met drie vijven met de hakken over de sloot over en neemt afscheid van de Spieghelschool. Het laatste jaar heeft hij wel prettig gevonden. Hij heeft tenminste geen oudere jongens meer boven zich gehad en voelt zich nu een hele Piet. Meester Zwart had de naam een tiran te zijn. Hij kneep je bij een vergrijp in de wang en draaide die langzaam om terwijl hij je behendig een ferme oorvijg verkocht. Het was een probaat middel om orde te handhaven. Maar hij viel toch wel mee als hij op zaterdag tijdens het laatste lesuur het boek Willem Roda tevoorschijn haalde en voorlas over diens avonturen tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. Alhoewel Zwart braaf zijn best doet het boek uit te lezen, zal hij nooit het einde bereiken.

foto: 12de verjaardag

Postzegelalbum, goochelaarsattributen op zijn 12de verjaardag.

Er wordt een feestje voor de klas gehouden. IJsbrand voelt zich natuurlijk geroepen om met zijn vriendje Frits op te treden. Ze hebben een nieuw stukje ingestudeerd over een man die een huwelijksburo denkt te bezoeken, maar bij een autoverkoper terecht komt. Maar het succes van hun Eet meer Bonen zullen ze er nooit mee evenaren.
Daarna goochelt IJsbrand nog wat. Bij één onderdeel heeft hij zich deerlijk vergist in de goedgelovigheid van zijn publiek. Een jongen heeft door dat hij een fopbonbon door IJsbrand wordt aangeboden en daagt hem uit zelf zijn tractatie op te eten als die zo lekker is als hij beweert. IJsbrand vindt het zijn eer te na om te bekennen en eet meesmuilend de met mosterd gevulde bonbon op als een boer die kiespijn heeft.

Ze gaan aan het einde van het schooljaar met de klas naar Valkeveen aan het IJsselmeer. Het is een hele belevenis zich met al die jongens te verkleden en samen te slapen. Natuurlijk ontbrandt er een kussengevecht.
Als Zwart zich voor het zwemmen in hun nabijheid verkleedt wordt hij door zijn pupillen bespied. Een naakt mannenlichaam zagen ze eigenlijk nooit, maar dat van hun magere onderwijzer zal hun nieuwsgierigheid gauw de bodem in slaan. En over taboes gesproken: op de laatste dag is er nog wel iets aan de hand met een oudere jongen in de klas. Sex? Er wordt heel geheimzinnig over gedaan. Je moet pubers niet op gedachten brengen!


Ook ditmaal mag IJsbrand weer logeren in Deventer. Hij brengt een paar dagen bij tante Mieb door op de Buitenkamp. Daar wordt hij in het wekelijkse bad gedaan door hun zoon Thom en zijn verloofde Marianne. Hij heeft dat maar vreemd gevonden. Hij kan zichzelf toch wel wassen?
Tegen het einde van de vakantie is zijn vader hem komen ophalen om samen met de trein terug te gaan. Tante Riet wuift hen het heilige kruis na.

Een dagje naar het Nieuwe Meer bij Amsterdam
foto aan het Nieuwe Meer

Het is nog zomer en snikkens heet, dus besluit Pa met de nichtjes naar het Nieuwe Meer te gaan bij het nog kale Bosplan in de buurt. Hij duikt in zijn kist met nog Indische kleding en vist er een hagelwit tropencostuum uit op. De kinderen generen zich rot. Wie loopt er nou in het wit? En zo lijken de andere Amsterdammers ook over dat vreemde figuur te denken met die kleine jongetjes.

Nico Visscher, de broer van Leo, die nu triomfen beleeft, logeert een paar maanden op de van Lennepkade. Hij is een ijverig knutselaar en radio-hobbyist - stelt radio's samen, of repareert ze. IJsbrand is diep onder de indruk van zijn gereken om de juiste spoelen, lampen, condensatoren en andere geheimzinnige onderdelen te combineren. Ook voor IJsbrand wordt een radio in elkaar geknutseld. Lang zal hij daarvan geen lol hebben want de bezetter heeft het niet zo bekeken op dat geluister in de ether.

IJsbrand zelf raakt nu ook gefascineerd van electra. Hij knutselt een bel met een drukknop aan de straatzijde bij zijn kamertje in het souterrain, zodat zijn vriendjes zich direct bij hem kunnen melden i.p.v. aan de deur. Hij leest jeugdblaadjes als
Het weekblad 'Doe mee' werd verslonden.
Weekblad Doe mee
Doe Mee waarin schema's staan om b.v. zelf een bel te maken. De comics daarin van Popeye, Donald Duck en Wimpey met zijn hamburgers, worden stukgelezen. Maar vijf cent per nummer blijkt toch wel een hoop geld. Hun leus is 'Doe Mee met Doe mee, maak je vriendje abonnee', maar een abonnement is al veel te hoog gegrepen want dergelijke rijkeluisvriendjes had IJsbrand ook al niet.

Het blaadje gaf wel recht om voor de halve prijs naar de Cineac te gaan waar ze Popeye, Betty Boop en Mickey Mouse vertoonden. IJsbrand was vooral gefascineerd door de indrukwekkende camera die het nederlandse journaal voorafging. Het apparaat wendde zich met zijn enorme lensen naar het publiek, terwijl de titel inzoomde: 'Polygoon spant de kroon, ook in toon', want de geluidsfilm was nog maar net geïntroduceerd. Buiten de bioscoop staande kon je de grote projectoren zien draaien in de glazen projectiecabine. Dan droomde hij ook eens filmoperateur te kunnen worden.

Met zijn vriendje Arnold Pathuis bezoekt hij de Nieuwe markt en koopt daar een doos met electrische spullen. Arnold's vader is Gemeente ambenaar. Ze woonden in de Alberdingk Thijmstraat 10. Arnold heeft iets met electriciteit. Hij heeft al een telefoonlijntje getrokken naar zijn vriendje 'Mug' om de hoek in de Derde Helmersstraat. Van de laatste is bekend dat hij maar één 'bal' bezit. De andere is waarschijnlijk nog niet neergezonken. Dat is het soort geheimzinnigheden die de ronde doen en waarover hevig gespeculeerd wordt bij gebrek aan sexuele voorlichting.

Tegenover Arnold woont helderziende Spee, op # 11. Ook al zoiets vreemds. Hij heeft Eddy Christiani op 12-jarige leeftijd voorspeld dat hij eens gitaar zal spelen. Inderdaad zet de gitarist daar in de buurt zijn eerste schreden. Hij koopt in 1940 voor
f 495 op afbetaling een zeldzame electrische gitaar bij muziekschool Zwaag, op de Jacob van Lennepkade.

Trouwens de muziekschool was IJsbrand ook niet vreemd. Daar ging ik hij eens met zijn vader heen toen die op de veiling een xylofoon voor een prikkie had gekocht, misschien in de hoop dat er in zijn zoon een groot musicus zou huizen......... Ze werden de zaak uitgelachen met dat malle ding.


Woningaanbod op 25 mei 1941

Veelbelovende schoolverlaters gaan door naar de 3-jarige HBS, maar gezien zijn povere rapport wacht IJsbrand de 4-jarige M.U.L.O. in de Da Costastraat, die in de oorlog omgedoopt is tot de van Tienhovenstraat. Hij kent die straat wel vanwege het snoepwinkeltje De Koperen Cent. Daar koop je een zoutzure bom voor een cent, maar die tijden zijn ook al gauw voorbij. Op de Jacob van Lennepschool wordt het poot aan spelen met studeren en huiswerk maken. Daar heeft hij een broertje aan dood want hij kan moeilijk iets onthouden. Voor de les moet hij altijd nog doornemen wat er overhoord gaat worden. Bij repetities schrijft hij met een fijn pennetje jaartallen op zijn nagels en op heel kleine papiertjes die hij in de handpalm verbergt. Na dat monnikenwerk staan die feitjes zo gegraveerd in zijn hoofd dat hij de spiekbriefjes nauwelijks meer nodig heeft.

De Jacob van Lennepschool
foto: de van Lennepschool

Er zijn vriendjes vanaf de Lagere School meegekomen. Daaronder is Ton van Baalen, zoon van een fietsenmaker, die boven een slijterij op de hoek in de Bosboom Toussaintstraat woont. Ton is een joviaal en enthousiast type. Hij vertrouwt IJsbrand opwindende informatie over het sexleven van zijn ouders toe, hun gebruik van kapotjes, die zorgvuldig gedroogd worden op een rekje, e.d.
Op een dag komt hij een nieuwe ontdekking demonstreren. Als je maar lang genoeg aan je piemel trekt dan floept er wit zaad uit. Het is een heerlijk gevoel. Hij doet het voor. IJsbrand vindt het een beetje onverkwikkelijk gezicht. Hij gaat het wel zelf thuis uitproberen en bemerkt dat zijn vriendje niet overdreven heeft. Een extatisch gevoel maakt zich van hem meester en verheft hem boven alle dagelijkse misère. Hij doet het nog eens en nog eens. Hij rapporteert zijn bevindingen aan Ton, maar wil het niet samen met hem doen. Weldra houden ze bij hoe het er voor staat. IJsbrand is de pubertijd binnengetreden.

Met zijn vriendje Frits van Unen, die nog niet zo ver is, zet hij zijn kattekwaad op straat voort. IJsbrand hangt altijd met zijn arm om de schouder van zijn vriendje als ze over straat zwalken. Ze trekken de binnenstad in. In het Hirschgebouw op het Leidscheplein gaan ze op en neer met de lift. Ze voelen zich de koning te rijk. Als ze betrapt worden vertellen ze dat hun ouders inkopen doen op een andere etage. Niet erg overtuigend gezien hun schamele kleding. Elke week beproeven ze hoever ze kunnen gaan. Maison de Bonnetrie en deftige kantoren met liften komen aan de beurt. Af en toe moeten ze wel eens hard weglopen als ze betrapt worden. Het is een welkome vlucht uit de grauwe benauwende sfeer die zich van Amsterdam in de oorlog heeft meester gemaakt.

's Avonds is er behalve huiswerk ook niet zo veel te doen. Af en toe is het wel lachen om de Bonte Dinsdagavondtrein. Zondag volgen ze 'Ome Keesje' op de radio-distributie, waarop ze nu maar een abonnement hebben genomen. Als IJsbrand huiswerk maakt dringen de klanken van klassieke muziek onbewust tot hem door. Sommige eindeloos herhaalde passages nestelen zich in zijn hoofd. Van de Ramblers, Kilima Hawaians, Malando en andere dansmuziek moet hij niets hebben. Toch blijven hun melodieën hangen, ook van duitse schlagers als: 'Musik, dass ist die gröszte Schatz', 'Das Karussell dreht immer rund herum, 'Wir machen musik.." etc. En nog verfoeilijker: 'Hij heeft gewo-o-nnen. Geeft elkaar de hand. WA marcheert, WA marcheert, voor volk en vaderland'. Nog voor het einde zijn ze al weggedraaid op de ronde bakelieten zenderschakelaar.

Hij gaat ook vaak bij Frits spelletjes spelen. Monopolie, dat nu een andere naam heeft, en Variété. Ze zijn er helemaal aan verslingerd. De inzetten lopen torenhoog op. Om echt geld kunnen ze niet spelen want zakgeld hebben ze nauwelijks.

Frits weet een andere attractie voor op straat: dingen pikken bij de HEMA! IJsbrand begint het nu een beetje benauwd te krijgen met die ideeën van zijn vriendje en vertelt het thuis aan zijn moeder. De boot is aan. Frits is geen goed vriendje meer voor hem! Er wordt door oom Hendrik Jan met zijn klasse-leraar Peters gesproken. Besloten wordt om de jongens voortaan niet meer naast elkaar te laten zitten. Daarna treedt er een verkoeling op in hun relatie.

Voornoemde oom Hendrik Jan van Aarst is de man van dochter Cor van vader's zuster Mien. Zij hebben elkaar leren kennen bij de Oxford Beweging, later de Morele Herbewapening. Als ze tenslotte willen trouwen stijgert de familie. Ze vinden Hendrik Jan maar een clownsfiguur. Er wordt voortdurend de gek met hem gestoken. Cor is behoorlijk mans en wil van geen wijken weten. Ze trouwen toch in Deventer en gaan daarna op Oosterpark # 39 in Amsterdam wonen. Van daaruit kunnen ze goed toezicht houden op de Rogge's. Ze dragen tenslotte bij aan de wekelijkse ondersteuning van het gezin.

Ook IJ heeft geen hoge dunk van de man, trouwens van niemand bij wie hij zelf niet aan het woord kan komen. Hendrik Jan heeft ellenlange verhalen over zijn werkkring bij Holdert, die de Telegraaf uitgeven. Hij dist in geuren en kleuren op wat hij allemaal tegen zijn superieuren durft in te brengen. Cor, die zijn verhalen al oneindig veel aan heeft moeten horen, zit onderwijl geduldig de reacties op de gezichten van zijn toehoorders te bestuderen terwijl ze onderwijl in haar neus peutert. Af en toe geeft ze in haar diepe mannelijke stemgeluid een commentaar.

Ze houden ook vaak stilte, wat voor Hendrik Jan niet een gering offer geweest moet zijn. Zij krijgen in de stille tijd antwoorden op problemen die zij stellen. Ook op die van de Rogge's. Veel dank voor hun inspanningen oogsten ze daar niet mee, want meestal helpen ze hen van de wal in de sloot.

Tante Cor moedigt IJsbrand aan om zijn tantes in Amsterdam te bezoeken. Daar is vader wel voor want hij droomt dat eens hij of zijn zoons een erfdeel zullen bekomen. Dus trekt IJsbrand in zijn netste kleren met zijn tante jaarlijks naar zijn tante Mary in de van Breestraat 79. De straten van Oud-Zuid liggen er volkomen verlaten bij. Je kan er praktisch een kanon door afschieten. Dat zou zeker wat leven in de brouwerij gebracht hebben. IJsbrand zou ooit nog eens naar haar man, Jan Rogge, die bij G. de Vries en Zn werkte, vernoemd worden, maar toen die zich voor een trein wierp was de aardigheid daar al gauw van af. Mary slijt nu haar dagen met een vriendin en is heel belangstellend naar haar leuke neefje.

Op dezelfde route ligt het huis van tante Betty op de Koninginneweg 133. Elisabeth Rogge is de dochter van de broer van grootvader. Ze heeft bekendheid verworven als redactrice van de 'De vrouw en haar huis'. Nu is ze 84 en dat is te merken aangezien ze zich vaak herhaalt. Tante Cor heeft IJsbrand geïnstrueerd daar geen aandacht aan te schenken. Zij is nooit getrouwd geweest en leeft ook al met een vriendin. Ook zij krijgt een bloemetje van IJsbrand. Zij zal enige jaren later, waarschijnlijk ondermijnd door de hongerwinter, in 1945 overlijden. Naar een erfenis kan hij fluiten.

foto: souterrain maart 1942

Op 18 juni 1941 komt er een verordening dat alle koperen en nikkelen voorwerpen moeten worden ingeleverd. Y heeft nog een koperen kanon staan uit de Indische koloniale tijd. Ook een Boedha beeld. Moet hij die nu inleveren ? Hij besluit alleen het kanon op te offeren en schildert het Boedha beeld zwart.

Als uitlaatklep op het grauwe leven werpt IJsbrand zich op zijn hobbies. Hij verslindt detectives. Vooral Leslie Charteris met de Saint staat hoog op de lijst. IJsbrand heeft het poppetje waarmee de Saint zich bekend maakt geadopteerd. Het wordt zijn mascotte waarmee hij al zijn schriften siert. Een andere geliefde detective is Blauwmasker, de meester-inbreker. Op een avond sluipt IJsbrand er zelfs op uit naar het leegstaande gebouw van de Odd Fellows aan de Paulus Potterstraat en tracht daar met een blauwmasker voor naar binnen te dringen. Het wordt een flop. De moed zinkt hem al gauw in de schoenen als hij bemerkt dat het grimmige Amsterdam tijdens de bezetting wel iets anders is dan de romantiek van een boek.

Schrijven is nooit IJsbrand's fort geweest. Nu, in de oorlog, is schrijfgereedschap nauwelijks meer voorradig. Hij knoeit met vulpennen en slijpt de punt bij in de hoop dat ze beter over het papier zullen glijden. Maar het resultaat is meestal dat ze een inktbad veroorzaken.
Er is trouwens een levendige handel in tweedehands spullen opgebloeid, want nieuwe schrijfwaar is nauwelijks nog verkrijgbaar, of op de bon, zelfs schriften.

Als hij zijn les niet goed kent betekent dat strafwerk. Van leraar van der Werf krijgt hij eens voor straf een hoofdstuk uit het Dierkunde boek over te schrijven. De doodsaaie tekst verveelt hem. Hij begint grapjes in de tekst te verwerken: de sperwer vliegt van boom tot boom met zijn boodschappentas in zijn vlerk, enz. Tenslotte gooit hij alle remmen los en schrijft proestend van het lachen een persiflage op de slaapverwekkende tekst. Hij vindt het jammer dat die verloren zal gaan en spoort de leraar bij het inleveren aan toch eens iets van zijn strafwerk te lezen. Die bemerkt al spoedig waar het om gaat en kan de grap wel waarderen. IJsbrand mag nu zijn strafwerk voor de klas voorlezen en wordt ook in andere klassen uitgenodigd om hetzelfde te doen.

Het postzegelverzamelen wordt nu ook geïntensifeerd. IJsbrand krijgt nu zakgeld en kan daarvoor op de postzegelmarkt inkopen doen. Eens denkt hij de slag van zijn leven geslagen te hebben met de aankoop van een hele zeldzame afwijking, de z.g. groene 5 cents bontkraag, die voor acht honderd gulden in de katalogus genoteerd staat. Later blijkt bij kritischer beschouwing dat hij in zijn enthousiasme de 5 voor de 3 cent aangezien heeft en de zegel nauwelijks iets waard is.
Artikelen worden schaars en daarmee is een zwarthandel ontstaan waarin behoorlijke bedragen worden verdiend. Voor het zwarte geld is belegging in postzegels geliefd dus stijgen de prijzen gestadig tot IJsbrand's tevredenheid.

Ook zijn filmhobby herleeft. Hij wil weer zo een projector als hem afhandig was gemaakt terugkopen. Dat blijkt niet eenvoudig omdat er veel vraag naar toestellen is om voorstellingen te geven aan onderduikers die zich wezenloos vervelen in hun schuilplaatsen. IJsbrand pleegt elke woensdag en zaterdag de binnenstad in te trekken. Hij richt zijn schreden naar al die winkeltjes waarvan hij weet dat ze wel eens filmapparatuur, of films aanbieden.

Allereerst Lux op de Nassaukade, dan uitdragerszaakjes in de Jordaan en tenslotte Barnard in de Binnen Bantammerstraat. Het wordt een obsessie voor hem. Hij pluist advertenties in de krant na, of er iets aangeboden wordt. 's Nachts droomt hij ervan een winkel te ontdekken waar in een duister hoekje een mooi toestel of een stapel films staan. Dromen die hem tientallen jaren blijven achtervolgen zelfs als zijn interesse allang verdwenen is.

Uiteindelijk wordt zijn speurzin beloond. In een winkeltje in de Jordaan wordt een 35mm projector projector aangeboden met een stapel films, waaronder een met de naam 'Vendetta'. De prijs is niet mis, vijftig gulden. Dat heeft hij niet op zijn spaarbankboekje staan. Hij verkoopt een aantal dingen, en kan van zijn grootmoeder lenen. Niet lang daarna is hij de trotse eigenaar van de projector.

Nu blijkt echter dat de lamp heel zwak is. Een nieuwe speurtocht volgt naar iemand die iets van projectoren afweet. Hij ontdekt een Frits Schuster aan het Sarphatiepark. Zijn wereld is een openbaring voor IJsbrand. Zijn hele zolder staat vol met filmtoestellen en (brandbare) films. IJsbrand zou hier wel zijn hele leven kunnen slijten.

Frits bouwt een stofzuigermotor aan de projector en soldeert er een lamphuis met een sterke lamp aan vast. Het is allemaal niet goedkoop en IJsbrand moet zich steeds verder in de schulden steken. Het ergste is dat zijn eerste voorstelling voor de familie op een ramp uitloopt. Hij heeft nog zo mooi een laken tussen de suitedeuren gespannen, zodat de toeschouwers aan één kant en hij met zijn projector aan de andere kant kan staan. Al direct na aanvang blijken de 'verbeteringen' van Frits een ramp: het lampenhuis wordt zo heet dat in geen tijd de kostbare lamp de laatste adem uitblaast. Gevaar voor een explosie van de brandbare films dreigt. IJsbrand staat schaakmat - geen geld en een onbruikbaar apparaat op de koop toe.

Er is woningnood. Werd er vroeger nog aan verlofgangers verhuurd, nu is het een ander slag huurders, vaak jonge stelletjes, die geld in het laadje moeten brengen. Ze maken er de situatie in huis niet aangenamer op. De beletage wordt aan twee families verhuurd, die vaak met elkaar overhoop liggen, vaak over het gebruik van de gemeenschappelijke keuken. Als het uit de hand dreigt te lopen gaat IJ bij zijn verre neef Mr. J.H.Worst, op de Keizersgracht 497, op bezoek om juridisch advies in te winnen.

Willy Sluiter
Ys Willy Sluiter Willy Sluiter

IJsbrand mag weer in Deventer bij zijn tante Mieb logeren. Met zijn jolige gedrag zet hij de Buitenkamp op stelten. Er logeert een kunstschilder, Willy Sluiter. Hij schildert portretten van zijn tante en andere familieleden. Van IJsbrand, die de kunstenaar steeds op de hak neemt, wordt een potloodtekening gemaakt.

Toen er nog echte winters waren!
An met haar dochters en Thea met haar zonen in de achtertuin.
foto winter 1942

Het wordt een koude winter in 1942. Er valt veel sneeuw. Er wordt druk geschaatst, maar daar is IJsbrand nou niet zo wild op aangezien hij het nooit goed onder de knie heeft gekregen. Bovendien heeft hij last van wintertenen. Ze moeten heel zuinig stoken, maar gelukkig is het lage souterrain gauw warm te krijgen. Bovendien heeft de kolenkachel een heel lange pijp zodat niet alle warmte de schoorsteen in verdwijnt.


VERVOLG:


Uw herinneringen gevraagd

Heeft u nog herinneringen/foto's/films uit deze buurt in de jaren dertig en veertig?
Ik zal ze graag van u horen/zien. Email naar manandu @ xs4all.nl, maar laat de spaties in het adres weg, of zet een bericht in mijn gastenboek (klik hier). Zou je je email adres willen vermelden, dan kan ik eventueel reageren.

Ik heb nog talloze vragen: Wanneer verhuisde de Spieghelschool van de Marnixstraat naar de Overtoom begin 20ste eeuw en wie weet meer over het hoofd van die school: Zwart? Wie heeft de volgende scholieren gekend? Robbie Klaver, Willie Nifterik, Philip Mok, Sam Presser, Fred(die) van Dam, Steffie Dolk. Wie heeft herinneringen aan of een foto van de Jacob van Lennepschool in de oorlogsjaren?

© Michael Rogge 2014

Op het web sinds 2005. Laatstelijk aangevuld: 1 november 2015