De W E R E L D E N van I J S B R A N D
VI


Heropvoeding


1943 - 44

IJsbrand's rapport in de Lente van 1943 ziet er na alle ontwikkelingen niet zo best uit.

Van oom Thom ontvangt hij een vermanende brief:
"Wat spijt het me dat je zulke slechte cijfers hebt gekregen. Wanneer de 5 als onvoldoende wordt beschouwd heb je bij elkaar 8 onvoldoendes van de 15 vakken. Het is wel heel treurig en zul je begrijpen dat er onder deze omstandigheden van een Paaschvacantie op de Buitenkamp niets kan komen. Ik zou, als ik jou was, de volgende maanden heel erg mijn best doen, want anders blijf je zeker zitten. Lees nu eens geen detective- romans en zet de goochel- en voordrachtkunst maar eens een tijdje uit je hoofd. Je bent oud genoeg om te weten dat er gewerkt moet worden om in het leven om vooruit te komen. Vooral na de oorlog zal er alleen maar plaats zijn in de maatschappij voor jonge menschen, die vooruit willen komen en wat geleerd hebben. Als goed vaderlander rust ook op jou de taak Nederland op te bouwen. De tijd van spelen is nu voorbij. Elke morgen bij het opstaan aan je taak denken en met opgewektheid en wilskracht aan het werk gaan. Het spijt ons te hooren dat Vader wederom bronchitis heeft. Ik denk dat het aan de slechte voeding ligt. Was die oorlog maar voorbij."

Ergens troffen deze vermaningen wel doel bij IJsbrand. Alhoewel hij de grootste moeite had om de leerstof te onthouden zette hij er een spurt in en kon een paar maanden later aan de familie rapporteren dat hij overgegaan was. Nu konden ze niet achter blijven. Hij mocht naar zijn Walhalla, op de Buitenkamp komen logeren met de grote vakantie.

IJsbrand met vrienden op de Buitenkamp 1943

Oorspronkelijk was de Buitenkamp een ontspanning in de bosrijke streek Epse, 5 km ten zuiden van Deventer, geweest. Het was omgeven met een prachtig gazon en een stukje bos. In de buurt woonden alleen de upper ten uit Deventer. De bazen vertrokken 's morgens, nu per fiets, of in een op houtgas voortgedreven auto, zo die nog niet gevorderd was, naar hun kantoren in Deventer. Hun vrouwen, die ook al een beperkt dienstboden probleem hadden, bleven, al of niet zonder zorgen, achter.

Vroeger had IJsbrand bij zijn tante Riet Drijver gelogeerd op hun buitengoed 't Lijstert, op ongeveer een kilometer afstand.
Tante Mieb, Henk en Thom
Tante Mieb was geheel verschillend van tante Riet. Zo veel zelfs dat ze elkaar nauwelijks konden begrijpen. Riet was mondainer dan Mieb. Ze had een artistieke inslag en een vrolijk opgeruimd karakter. Zelf kinderloos had zij grote affectie getoond voor het platsprekende Amsterdamse schoffie dat ook nog haar neef was en die haar eigenlijk zou kunnen tutoyeren. Haar zuster Mieb had tijdens haar jeugd tijdens het schommelen een heupfraktuur opgelopen. Lopen deed haar altijd pijn. Zorgen maken deed zij altijd. Er was altijd wel reden voor en het leek ook haar enige afleiding behalve patience spelen. Haar zoons Henk en Thom waren haar trots. De enige dochter Mien was een zorgenkindje. Haar schoondochters onderwerp van scherpe kontrole. Aanvankelijk hadden Mieb en Thom Thomassen bij hun ouders op de Buitenkamp ingewoond. Sinds deze waren overleden en de kinderen op dochter Mien na uitgevlogen waren, werd de kast van een huis eigenlijk te groot voor hen.

IJsbrand had daar in zijn zomervakantie een heerlijke tijd en kon goed bijspijkeren wat voeding betrof. Hij typte druk een toneelstuk in vijfvoud over uit de Panorama over op een oude schrijfmachine. Hij hoopte dat eens op te kunnen opvoeren. Maar met wie en hoe, dat was zelfs hem niet duidelijk.

Mieb en Thom luisterden wel met stijgende verbazing naar IJsbrand's escapades. Loslippig als hij was had hij ook verteld van de schulden die hij gemaakt had voor zijn filmhobby. Mieb's jongste zuster Cor die in Amsterdam woonde, briefde ook regelmatig door wat ze tijdens bezoeken aan de Rogge's had opgevangen. Het was niet zo best zoals dat stelletje in een Amsterdams souterrain leefde en eigenlijk de familie-eer te na. Mieb greep dit alles gretig aan om zich onnoemelijke zorgen te maken over haar neefje. Hoe moest die jongen opgroeien en wat zou oom Henny, de psychiater in Caïro, er na de oorlog van zeggen?

Thom schreef een strenge brief naar Amsterdam. "Een en ander geeft mij aanleiding om jullie eens ernstig te onderhouden over de plichten als ouders. Het is natuurlijk glad verkeerd dat een jongen van 14 jaar zoomaar over zijn tegoed bij de Spaarbank kan beschikken. Dan vind ik het zeer onverstandig hem voor een dergelijke aankoop (van een filmprojector)ook nog geld voor te schieten.. Het ware beter geweest dat U als vader eenvoudig had gezegd "Ik verbied het je". Het lijkt mij gewenscht dat het projectieapparaat plus filmen zoo spoedig mogelijk worden verkocht en de (netto) opbrengst daarvan op zijn spaarbankboekje wordt bijgeschreven. Wij hebben IJs leeren kennen als een verstandige eerlijke jongen, die misschien door de omstandigheden wat te veel aan geld denkt. U moet dan ook geen geldzaken meer met hem bespreken. Daar is hij nog veel te jong voor." Als troost zend Thom oom IJs honderd gulden om een achterstallige gasrekening te betalen.

Maar dit alles ging geheel aan IJsbrandje voorbij. 's Morgens kreeg hij havermoutpap te eten. Dat was afkomstig uit een grote voorraad op zolder, waar haast geen gebruik van werd gemaakt. De smaak was niet lekker. Door het lange staan was het geschift. Hij dorst er niets over te zeggen. Na verloop van tijd kreeg hij het wel aan de maag. Hij kreeg hoge koorts en moest het bed houden. Zijn vakantie verstreek. De Thomassens wilden IJsbrandje wel bij zich houden. Dan had Mieb ook nog wat afleiding. Hun vriend Piet Piebenga, psychiater, werd opgedragen IJsbrandje eens over dat idee te polsen. Nu die hoefde daar geen moment over na te denken. Het leven op de Buitenkamp was van een ongelovelijke luxe in vergelijking met dat in Amsterdam. Ja, en thuis was ook niet alles koek en ei.

Thea was eigenlijk diep in haar hart verontwaardigd dat de familie in Deventer haar zoon zo konden afnemen. Zij zei dat niet openlijk, maar wel schreef zij aan IJsbrand: "Ik vind het voor jou heel prachtig dat je deze kans krijgt maar voor mij is het wel wat stil. Weet je dat we onze zorgen zo heerlijk konden uitmopperen?" En: "Zal je niet te veel boven ons uit gaan steken? Dat je toch in je hart eenvoudig blijft want de grootste rijkdom woont in de mens zelf." Het was een terechte waarschuwing. Het schrijven valt haar aanvankelijk niet zo gemakkelijk. Tante Riet had haar in een brief aangepord om regelmatig te schrijven. Tenslotte blijkt ze een vlotte pen te ontwikkelen.

IJ stond er anders tegenover. Als zijn zoon een behoorlijke opvoeding en veel beter de kost dan in Amsterdam kreeg dan wilde hij zich wel dit offer getroosten. Hij schreef: "We misschen je erg, IJsbrand, en ons gezellig slaapie is uit. Kees vertikt het om in jou bed te slapen." IJsbrand had de laatste tijd wegens ruimte-gebrek bij zijn vader op kamer geslapen en was inschikkelijker dan zijn broer. De Thomassens hadden wijs genoeg niet vermeld dat de reden voor zijn ziekte hun eigen bedorven eten was, dat zij IJsbrandje voorzetten. Zij weten het aan overvoeding. IJsbrand schreef dan ook vermanend aan zijn zoon: "Spaarzaam eten, dan leert ge het krachtige voedsel verdragen. Wat een bof dat je als kind bij de Buitenkampers moogt blijven. Gedraag je dus primadorus opdat men tevreden is." Kees was al in actie gekomen om al IJsbrands spullen in te pakken. Hij zag een kans om nu meer ruimte krijgen en er schoot wellicht van IJsbrand's spullen nog iets voor hem over. Zijn vader zette een domper op zijn enthusiasme. Pa zou het wel doen. Geen ander had immers meer ervaring in het pakken dan hij. Terwijl hij daarmee in de weer was stond Kees pruilend in de gang.

Peter van Straaten

Tenslotte ging een veertig kilo zware kist onderweg. IJsbrand schrijft in september: Donderdag ging ik voor het eerst naar school (derde klas U.L.O.) Oom Thom had het al eerst met het hoofd, meneer Scheenstra, besproken. De school zit niet meer in het eigenlijke gebouw, want dat is in beslag genomen, maar in een H.B.S. gebouw in de Pontsteeg. Mijn klasse-onderwijzer is de heer Dijkstra, een heel aardige man. Ik zit naast wat een aardige jongen H.Bekkingh. De eerste paar dagen ga ik nu steeds naar school per fiets, maar in het vervolg ga ik met de bus.

Een week geleden belde tante Riet me op en vroeg me of ik wou komen. Ze had een prachtig mooi plusfourpak van oom Frits die hij voor hockey gebruikte voor me. Het is nog zo goed als nieuw. Toen oom Frits het gaf had hij er al half spijt van. Het is natuurlijk te groot. Nu wordt het door een kleermaker vermaakt. Voorts krijg ik van tante Mieb een mooie nieuwe regenjas vermaakt uit een van oom Thom, een dikke winterjas en een paar overhemden. Mijn ziekte is nu zo goed als over, maar ik moet nog steeds oud brood eten. Van school krijg ik gelukkig schriften want schriftenbonnen reiken ze hier niet uit. De journaal, grootboek en balansschriften kreeg ik van oom Thom. Ik krijg hier een kwartje per week tegen inlevering van een brief aan jullie. Dus je kunt er van op aan dat je elke week een brief van mij krijgt. Oom Thom heeft nu twintig gulden op mijn spaarbankboekje gezet en heb ik nu f 55. Hoe staat het met het filmapparaat. Als ik jullie was geweest had ik het bij Schuster, Bollandpark 18 III laten repareren. Hij kent het apparaat en is goedkoop. De lamp kan je alleen krijgen bij hem want hij haalt de Swan fitting ervanaf en zet er een gewone op."(In de oorlog werd het Sarphatipark omgedoopt tot Bollandpark)

Inmiddels overlaadde zijn vader hem met raadgevingen: "Laat vooral de nieuwsgierigheid varen. Van wat kost dit of dat want dat gaat je als kind niets aan. Spreek je meerdere steeds met u aan. Dat je en jou is plat." En om ook te proeven van de veronderstelde overvloed: "Zend in je volgende brief een sigaret. Ja, gisteren bofte ik doordat de heer Mittelmeyer een half pakje cigaretten achterliet toen hij op bezoek was." Moes vult aan: "Kees is dol op Indiaantjes en wil weer een hele verzameling krijgen. Hij timmert forten met camouflage. Ik maakte dertig zandzakken voor hem, maar hij jankt dat het er nog niet genoeg zijn." En: "Een paar dagen geleden zag ik niet ver van ons huis een verse paardenvijg liggen. Ik ben er meteen met emmer en blik heengegaan. De voorbijgangers waren een beetje jaloers. Dat kun je zo hebben in deze tijd. Het is mooi voedsel voor de appelboom".

Pa vult brieven met mopperen op Kees: "Moes geeft Kees steeds gelijk, die zweert bij pap. Toen ik die leeftijd had, moest ik onverbiddelijk mijn ouders gehoorzamen, maar die waren eensgezindt." Hij vergat er bij te vertellen dat hij zijn ouders in zijn jeugd weinig gezien had, want die zaten ver weg in Ned.Indië. " Je vriendjes vragen steeds naar je, vooral Frits van Unen en wat loopt dat manke vriendje Wim Zwitselaar er nu slecht bij."

Inmiddels besluiten ze op de van Lennepkade om een kamer minder te verhuren. Ze gaan niet meer naar de gaarkeuken omdat Pa het niet om te eten vindt. Zelfs is er tijd om met Leo Visscher en zijn vrouw tante Kip een tocht te maken naar het Muiderslot. Oude IJ ging de eerste keer mee. Maar toen vonden ze het slot gesloten.

Gezicht op Deventer in de oorlog

IJsbrand wordt in Deventer kort gehouden. Hij krijgt nu één gulden zakgeld per week en moet daar verantwoording voor overleggen in een kasboekje. Dat is inclusief haarknippen. Hij heeft zijn hele leven met kappers overhoop gelegen. Zij knipten zijn stugge haar altijd te kort naar zijn smaak. In Amsterdam moest hij altijd aan de kapper vertellen om het kort te knippen. Dan hoefde hij niet zo gauw met een dubbeltje terug te komen. In Deventer gaat hij op zoek naar een geschikte en vindt die tenslotte. De Thomassens bestellen op de fabriek een nabijzijnde kapper om hun te scheren, maar IJsbrand heeft het hoog in zijn bol en kijkt op zijn kunsten als kapper neer, tot verontwaardiging van de Thomassens die het er mee moeten doen. IJsbrand kan toch wel een potje bij hun breken want hij weet de lachers op zijn hand te krijgen en hun daardoor wind uit de zeilen te nemen. Zijn Gemini natuur! Vooral zijn tante Mieb is op hem gesteld en kan steeds om hem lachen. Het meest weet hij haar te plezieren door met een vinger op haar rug te wrijven. Ja, met kleding aan!

Pa daarentegen wordt op zijn huid gezeten door tante Mieb, die de verrichtingen van de familieleden kritisch volgt. Oude IJs schrijft aan zijn zoon: "Ik meende dat je nog vrij goed in de kleeren zat. Nu kom ik door tante Mieb er pas achter dat wat je had er verwaarloosd uit zag."Gemakkelijk voor haar om dat te zeggen. Zij hebben geen geld om zwart dure kleren te kopen. Pa ontvangt met zijn verjaardag een boek over Indië en van zijn nicht Cor een sigarettenbon, een geschenk van onschatbare waarde in die tijd. Dat gold ook voor een reuze roggebrood die hij uit Deventer ontving. Hij schrijft: "Moes begon er al bij te zingen van pret en nog harder toen even later een blik met vet van tante Riet kwam." De verjaardag wordt gevierd met "Visscher en Kip, Moeder de Vrouw, tante An en Noes en Tienie en oom Jo tot 11 uur." Thea vult aan: "Omoe bracht vlees mee en tante An worst."

IJ piekert zijn hersens af hoe hij zijn rantsoen tabak kan vermeerderen met eigenteelt in de tuin. Maar die is zo onvruchtbaar dat geen gewas er op gedijen wil in de schaduw van de forse kastanjeboom. Na de povere oogst filosofeert hij druk met kennissen over de juiste samenstelling van het mengsel om tabaksbladeren te sauzen. Voor het rollen heeft hij een machientje die de sigaret netjes uit een gleuf doet rollen. Tenslotte zal hij op Kongsie imitatie sigeretten moeten overgaan. Echte zijn zwart onbetaalbaar geworden.


IJsbrand sterkt aan en weegt nu 115 pond. Evenveel als zijn vader. Kees weegt 70 pond en Thea 120. Pa herinnert zich: "Weet je nog wel wat een soesah wij steeds hadden hoe je je kleeren netjes moest ophangen of schoenen behoorlijk neerzetten? En dat is met Kees nog beroerder, helaas." En over zijn vrouw: "O, als Moes maar een weinig meegaand was dan zou ze een veel leuker leven hebben." En Thea: "Kees vindt alles fijn op de Spieghelschool. Als hij maar geen zingen krijgt, daar heeft hij zo het land aan. Er zitten vijftig kinderen in de klas en als de meester ziek is worden ze allemaal naar huis gestuurd." Pa: "Oom Hill, tante Gré en Lida waren een weekend bij ons. Wij hebben natuurlijk veel zitten bridgen. Zondag's zijn we naar de veiling gegaan en zagen vele mooie spullen." Achter de filmerij is inmiddels ook een punt gezet: "Dat filmtoestel heb ik met moeite verkocht en zend je f 60." Even later worden ook de films verkocht en daarvoor ontvangt hij f 70.
Thea: "Zaterdags gaan Pa en Kees als vanouds steeds naar de bioscoop. Meestal naar de Cineac. We zijn weer in de gaarkeuken. Volgende week krijgen we gort met pruimen."


Het eten in Deventer ziet er wel wat anders uit. Hij wordt verwend door de keukenprincessen Annie Greutink en Jo, die de heerlijkste gerechten op tafel weten te brengen. Annie is al twaalf jaar verloofd met Arend de tuinman die zijn handen vol heeft aan de immense tuin en allerlei andere bezigheden. Op wasdag wordt het linnengoed door de mangel gehaald. Af en toe komen gasten op bezoek. IJsbrand moet dan opzitten en pootjes geven, maar daar is hij de jongen niet naar. Hij laat ze thuis in Amsterdam meesmullen en beschrijft in kleuren en geuren de feestmaaltijd die aangericht wordt bij de vijftigste verjaardag van oom Thom op de Buitenkamp. IJsbrand had de opdracht gehad iedereen die een leeg borrelglas had bij te vullen uit de flessen jenever die er klaar stonden. Gevolg: het gezelschap was al laveloos bij het ter tafel gaan.


Pa verzucht: "Wat een zegen hè, om een verjaardag zo te kunnen herdenken. Om 60 menschen in feestelijke stemming te houden met drank en versnaperingen kost in deze tijd een vermogen.Wat ben je verwend met zilveren manchetknopen en een nieuwe fiets".
IJs met zijn nieuwe fiets op de Buitenkamp mei 1944

Om naar school te gaan heeft IJsbrand een fiets nodig. Hij krijgt een splinternieuwe Simplex Cycloïde fiets cadeau met de uitdrukkelijke opdracht die wekelijks op te poetsen! Lang zal hij er niet genoegen van hebben.


Pa, als zo vele tijdsgenoten, voelt het gemis aan opleiding: "Kennis is macht", vergeet dat niet. Later ondervind je dat maar al te erg." En ook: "Met orde en netheid kan men veel bereiken, helaas dat ik geen kans zie dat hier in te voeren. Mijn moeder was heel erg streng daar in. Dan kun je begrijpen hoe mistroostig ik word indien dat averechts verkeerd hier gaat."

"Moes is vanavond op haar wekelijkse Theosofische bezoek, waar men schijnbaar het tegenspreken goed leert. Ze voelt zich erg gewichtig naar Hocus Pocus te kunnen gaan. Echter, veel snapt ze er niet van, althans uit haar gesprekken daarover krijg ik de indruk dat ze er altijd naast zit."
Thea was met haar zuster haar vader op gaan zoeken. Oude IJ hierover: "Gisteren kwam Moes met tante An om over 8 uur pas thuis van haar Vader te Leiden. Ouwe Pieter deed heel lange verhalen over zichzelf. Daar is geen speld tusschen te krijgen. Reden dat ik die man niet erg hier thuis lust. Maar het is een stoere kerel, die geheel alleen op een huisboot woont." Thea vult aan: "Hij had er weer een medaille bij vanwege het lopen." Kees de Tippelaar en Dudok de Wit zijn zijn voorbeelden. De Vierdaagse wil hij niet missen, daar viert hij zijn triomfen.

Thea: "Pa verwondert zich er steeds over dat iedereen in de tram voor hem op gaat staan tot heren toe. Eerst dacht hij vanwege de pijp met cacaodoppen er in maar zonder pijp doen ze het ook. Nu ziet hij er ook erg schraal en dunnetjes uit. Hij heeft nu een reuze steenpuist in de nek en zat daar vijf dagen mee thuis. We hebben voor de zoveelste keer een aquarium met koud en warmwater vissen. De een vindt het te koud en de ander te warm, maar ze overleven het toch dank zij een ketel kokend water iedere morgen. Kees krijgt iedere dag een geklopt ei en twee glazen melk. Een ei kost hier f 1,15 en de melk f 1,25 p.liter. Verder handelt heel Amsterdam nog clandestien en de mensen stikken van het geld. Kees is al een week thuis want zijn onderwijzer is ziek."

Klik voor filmpje Amsterdam 1943 in de Reguliersbreestraat

Pa: "Wij hunkeren naar Vrede op aarde. Wat zal het einde zijn vragen wij ons allen af." Thea: "Ik heb 3 kilo rogge uit Leiden gesleept zonder last. Nu krijgen we iedere dag roggejus. Bij ons boven denken ze dat het biefstuk is, zo ruikt het. Er is hier de laatste maanden niets meer te krijgen of na 4 uur in de rij staan." Thea krijgt f 2.- boete omdat ze op het perron stond tijdens luchtalarm. Pa zaagt een legpuzzle en zendt die op.


IJsbrand eet tussen de middag bij familie Wilmink in de Sandrasteeg te Deventer. Haar zoon Theo Lubbers is een opgewonden standje, maar IJsbrand kan goed met hem opschieten. Theo's bril breekt steeds in stukken. Nieuwe monturen zijn er niet meer, dus moet er maar steeds weer gelijmd worden. Vanuit Amsterdam wordt een kist met allerlei electrische spullen naar de Sandrasteeg gestuurd, zodat ze er samen mee kunnen knutselen. Hij koopt, of krijgt, ook een oude microscoop die wel 64 maal vergroot.

Persoonsbewijs

IJsbrand wordt veertien jaar en wordt verplicht een persoonsbewijs aan te vragen.
Met de Herfstvakantie 1943 gaat hij weer in Amsterdam logeren. Dat betekent een lange reis per trein. Hij zeult een koffer vol boeken mee waarvan hij de helft niet zal lezen.


Thea heeft een meisje, Marie Hoencamp, aangenomen voor het costumière werk. Ze komt uit Heveadorp. IJ: "Marie is erg godsdienstig, waarmee ze Moes een lesje geeft. Ja, ze heeft het zo ver gekregen dat er na de maaltijd een stukje uit de Bijbel wordt voorgelezen." Voor Marie is het wel een overgang. Geen straaltje zon in het benauwde souterrain. Ze werd dan ook zo bleek als een vaatdoek.

"Kees kreeg ineens trek om monopolie te spelen en deed dat reeds enkele malen met Moes en Marie. Indien je oom Frits eens kunt overhalen, vraag hem dan eens ons een haas of konijn te sturen als hij gejaagd heeft. Je leraar Peters ontmoette ik gisteren. Hij vroeg heel belangstellend naar je."

Thea en Kees gaan met de trein naar Bussum om oom Hill's verjaardag te vieren. Dat schijnt nog in die tijd te kunnen. De trams rijden op zondag al niet meer. "Oud en Nieuw vieren we niet, om dat te herdenken is veel lekkers noodig. Men kan toch het scheiden der jaren niet met een hongerige maag met een glas koud water elkander gelukwenschen." schrijft IJ heel dramatisch, misschien met het idee in zijn achterhoofd dat als hij maar voldoende zielig deed Deventer nog wel met iets over de brug zou komen.


Op de Buitenkamp wordt lustig Sinterklaas gevierd en gedichten uitgewisseld. Oom Thom dicht voor IJsbrand:
"IJsbrand Rogge, oud veertien jaar
Staat altijd met een antwoord klaar
Hij heeft steeds het laatste woord
En denkt hij dan, dat dit zoo hoort.
Geen stoel is voor IJsbrand veilig
En je weet, antiek is voor tante Mieb heilig.
Maak ook wat minder herrie,
Die stem van jou is een nachtmerrie.
Je bent niet op het Waterlooplein.
Maar toch val je in gebruik wel mee
En zijn we over IJs tevree.

IJsbrand fietst elke morgen met zijn oom Thom van Epse naar Deventer. In de winter is dat vaak een barre kilometerslange tocht. Eens vriest het twintig graden onder nul. Hij heeft zich stevig ingepakt met wanten en een berenmuts op. Zijn wenkbrauwen zijn bevroren als hij op school aankomt. Maar verzuim wordt niet getolereerd.
In de weekend gaat Thom vaak met hem wandelen. Hij zingt dat liedjes uit zijn eerste wereldoorlogtijd. "It's a long way to Tipperary.." en ook weer een andere lange weg: "There's a long, long trail a-winding into the land of my dreams". Af en toe laat hij een wind: 'Beter in de vrije lucht dan een nauw gat!', is zijn motto.


Op 13 december 1943 schrijft oude IJ uit Amsterdam: "In de afgeloopen nacht zijn wij allen haast gestikt. Om drie uur werd ik door een verstikkende lucht wakker en ook onze logé's kwamen uit bed en grepen naar hun gasmaskers bedenkende dat een phosphorbom de oorzaak moest zijn. In nachtgewaad holden wij naar beneden. Daar kwamen wij tot de ontdekking dat het verbranden van melk de oorzaak was. Moes had melk op gas gezet en dat vergeten. Dat is de tweede maal deze maand. Dat gedoe met Hocus Pocus doet haar geheugen kwaad."
Kees gaat ook al naar de Theosofische Lotuscirkel om de veertien dagen. Hij was al voor de tweede keer op vakantie met tante Cor en haar man oom Hendrik Jan gegaan. Maar veel genoegen had hij er niet aan beleefd.

Oud- en Nieuw december 1943


IJsbrand komt ook weer over met de Kerstvakantie. Zijn rapport was goed. Allemaal voldoendes. Alleen voor frans en duits had hij een 5. Tante Riet had hem f 25 voor zijn spaarbankboekje gegeven. Voor Kees nam hij een Varieté spel mee. Voor het gezin 2000 lucifers. Ondanks alles en dank zij de etenswaren die hij meenam werd er toch Oud- en Nieuw gevierd.

In Amsterdam blijven ze reislustig, zelfs in 1944. Kees gaat met zijn moeder naar tante Rens in Blaricum om daar oom Wim's verjaardag te vieren.


Tante Mieb stelt IJsbrandje een weddenschap voor. Als hij voor zijn achtiende jaar niet rookt krijgt hij de kapitale som van honderd gulden. IJsbrand was het roken aan het verkennen geweest, maar het had weinig indruk op hem gemaakt, behalve dat het stoer stond. Hij nam de weddenschap dan ook aan, hield het vol en dorst nooit om de beloning te vragen toen hij achtien werd! Dat leek hem ondankbaar.


Het costumière werk van Thea gaat gewoon door. Zelfs tante Cor laat een japon maken uit een modetijdschrift. Pa houdt de boeken bij. Oom Hill liep een blauw oog op. Hij trapte in de hal van het Centraal Station een Duitser die met veel pakken om zich heen stond te wachten, op de tenen. Het liep uit op een gevecht waarin hij het onderspit dolf, omdat nog drie andere soldaten zich er mee bemoeiden. Het was niet zijn enige aanvaring met de bezettingsmacht. Een andere keer werd hij er van verdacht joods te zijn. Zijn uiterlijk leek daarop. Hij had moeten aantonen dat niet te zijn door te tonen dat hij niet besneden was!

Moes vraagt om een nieuwe vergunning voor haar werk. Ze hebben drie mud extra kolen voor hun bedrijfje ontvangen. "Wat de verdiensten betreft, er blijft niets over. Alles gaat op aan eten. De mensen hebben hun winterkleding aan en wachten nog met de voorjaar- of zomerkleding. Vanwege het gevaar voor invasie wilden we al naar het Gooi vluchten, maar er is daar niets meer te huur. Men heeft het hier erg over Invasie en Inflatie. Er zou kans zijn dat men deze streek onderwater zet, zoals je gelezen hebt in de Telegraaf. We hebben het er al over gehad om een boot te bouwen in de tuin. Maar dan blijven we in de tuinen varen en kwamen er nooit uit.

Over haar vader:"Vorige zondag was ik in Leiden. Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij naar zijn kinderen verlangt. Ik heb meteen een koffer met tarwe en rogge meegesleept. Er stonden drie rechercheurs, maar ze hebben me niet aangehouden. Mijnheer Visscher komt nog geregeld Zaterdags. Wij zeiden tegen hem dat hij zijn NSB speldje maar achter de revers moest spelden. Maar hij wil tot het einde toe moedig blijven. Ik heb hem gezegd dat hij bijltjesdag maar niet te serieus moet opvatten, want we leven toch niet meer in de tijd van oog om oog, tand om tand."

Het is inmiddels februari 1944:"Dik Brekveld is weer van tewerkstelling in Duitschland terug met een infectie aan diverse ledematen. De akeligste verhalen deedt hij over diverse gevangenissen waar hij is geweest. Visscher en vrouw waren er gisterenavond ook weer op wekelijks bezoek. Hij weet alles veel beter, ergo is de conversatie met hem niet leuk. Mittelmeyer kocht eergisteren van Moes 20 gram goede thee à 40 ct. = f 8. Hij heeft immers een winkel "Soeka Madjoe" in Oostersche spullen in de P.C.Hooftstraat, waar hij grof geld mee verdient. Ook de heer Sarlemijn komt ons wel eens bezoeken. Hij heeft zijn zaak verkocht en woont thans heel deftig bij Artis. Kees is verzot op Indiaantjes. Hij heeft er thans wel veertig door ruil met leesboeken. Maar dan inviteert hij een vriendje, waarmee hij Indianen gevechten gaat houden, zodanig dat allen stukgesmeten worden. Jammer dat Moes dat heel gewoon vindt.

Met onze nieuwe bewoners, Schouten en vrouw, hebben wij niet geboft. Zij is een brutaal schepsel. Gebruiken veel te veel gas en electra en houden er een kefferige hond op na. Ik kan er niet meer tegen en zou het liefst geen inwoners meer hebben. Marie is nog bij ons. Echter die gaat voortaan elders uit naaien voor f 6.- p.d. omdat Moes weinig werk heeft. Ze betaalt dan kost en inwoning. Kees is nu met Moes naar de bioscoop. Vanavond komen Oma en oom Jo hier een kaartje leggen. Dat doen ze elke Zondagavond. Zij is slecht ter been. Daardoor duurt het wel 3/4 uur voordat ze hier is. Zoeven gingen weer veel vliegmachines hierover heen, waardoor 2 maal in een uur luchtalarm. Aardig dat tante Riet je een fototoestel (box cameraatje) gaf. Ik zal je wel een film zenden 6 x 9. Wat je schrijft over de bommenregen in jullie buurt is angstwekkend. Ook was de oude Pieter gisteren bij ons. Hij was bestuurder van een lange sleep schuiten. Hij moest zonder dekking op de achterste schuit bij het roer staan en dat op 72(?)-jarige leeftijd. Echter hij heeft een ijzersterk gestel en is wat koppigheid betreft een rasechte Friesch. Morgens om half zes ging hij weer heen op een andere sleep naar Rotterdam, maar hij gaat maar tot Leiden mee."

Thea: "Tante An boft dat er weer een nieuwe kolenbon komt want die was er al doorheen en nu in de kou zitten is niets gedaan."

Maart 1944: "Groenten zijn hier niet meer te krijgen en spreken wij de blikjes van oom Thom aan. Laatst maakten wij een blik vet open, doch daar zat een heerlijke varkenscarbonade in. Die werd natuurlijk gretig verslonden behalve door Moes die vegetariër is. Thans is zij met Kees naar tante An op verjaardagfuif. Ook Gré en Hill komen daarvoor over. Moes kreeg zoojuist bezoek van een Weense dame uit Apeldoorn voor te maken costuum etc. Aangezien ze de weg naar hier niet wist en er geen trammen rijden, stapte ze bij het Station in een miniatuur paardenwagentje tot hier en moest daar voor f 9, zegge negen gulden, betalen. Is dat niet erg?

Zijn er in jullie buurt nog schoenmakers die nog werk aannemen ? Hier niet meer, wat vooral Kees lastig wordt. Verleden Woensdag hadden wij hierboven een luchtgevecht met veel lawaai. Daarbij werdt een Amerikaansch toestel neergeschoten. Hij kwam terecht op een huizencomplex achter de M.U.L.O school van Tinie. Ook thans is er weer een luchtgevecht gaande. Jammer dat tante Riet zoo sukkelend is. Ook schrijft ze last van darmbloedingen te hebben. Maar daarvoor heb ik een pracht recept. Enkele jaren geleden lag ik reeds een maand te bed met darmbloedingen. Geen medicijn hielp, waardoor de dokter opname in het ziekenuis noodzakelijk achtte. Echter in Indië had ik die ziekte ook gehad en was door een inlandsche dokter daarvan genezen. Het recept vond ik op het laatste nippertje. Na gebruik daarvan was ik binnen een dag genezen."


Inmiddels is er voor Moes zo veel werk aan de winkel dat een nieuw costumière hulpje wordt aangetrokken. Het is Riek, een vriendin van Marie. Zij komt ook inwonen. Het huis is mudvol. Klanten komen nu zelfs uit Apeldoorn en Tessel. Omdat ik een klant nog helpen wilde gaf zij mij vier eieren. Dus we hebben die middag gesmuld. Pa vindt dat ik alleen die klanten moet nemen, want hij had allang gezeurd om een mata sapi." Ze hebben het echter niet voor het kiezen. IJ: "Het dolle met dit vak is dat de menschen kleren brengen, maar niet op tijd komen passen met als gevolg dat er heden 45 japonnen pasklaar in huis hangen. Ook tante Cor is verleden vrijdag komen passen. Probeer wat schoenspijkers te krijgen. Hier is er geen aankomen aan."

Kees gaat nog maar sporadisch naar school omdat zijn onderwijzer steeds ziek is. Hij mist dan ook de sinaasappel die hij daar iedere dag krijgt. De schilletjes moet hij zorgvuldig verzamelen en mee naar huis brengen voor in de thee. Hij krijgt ook een schoenenbon, een voorrecht want niemand krijgt er haast een. "Kees vond zojuist f 7 op straat toen hij met Noes van Lotuscirkel thuiskwam. Hij is een rasechte speurder en niets ontgaat hem." Omoe is ziek. Ze heeft een gezwel van 20 cm2. Het spijt haar dat IJ niet bij haar komt kaarten. Maar die zet daar geen stap over de drempel. Als ze weer beter is komt ze onmiddellijk weer kaarten. Ook de Visschers zijn van de partij: "Tante Kip vond alles prachtig en sliep na een uurtje weer lekker in. Ze hadden geen kolen meer en zaten bij ons lekker warm."

In april 1944 komt IJsbrand weer logeren. Tante Cor heeft het bij Pa verbruit. Alhoewel ze nog japonnen moet ophalen komt ze niet omdat Pa ziek is en niet aangestoken wil worden. Hij noemt het onchristelijk en dat omdat hij z.g. alleen kiespijn heeft.


Inmiddels maakt Mien Thomassen haar verloving met Wim ten Hove uit. IJsbrand schrijft met Moederdag uit Epse: "Hier kunnen nog zo veel films ontwikkeld worden als je maar wilt. Dat boek over fotografie was: "Jongens Fotografieboek" van Leonard de Vries. De griep is over en ben ik al weer een paar dagen op school. Wel hoest ik nog een beetje. Oom Thom zegt dat je diepe ringen om de kastanjeboom moet leggen wil je hem ter ziele krijgen. Een middel van mij is om tegen de boom te schreeuwen: "De oorlog duurt nog tien jaar". Vandaag kreeg ik van oom Thom een abonnement op een openluchtzwembad in Deventer. Daar kan ik dan elke dag om vier uur of tussen de middag zwemmen."


In mei 1944 krijgt Pa een vergiftiging waardoor hij zijn kaak nauwelijks open kan doen. Hij is dan ook nog nooit naar een tandarts geweest. Thea en Kees bezoeken haar zuster Rens in Blaricum. De jongens hebben een band opgericht met saxofoon, accordion en piano. Wim Fennis zingt erbij. Een Theosoof heeft bij zijn bezoek aan Deventer het boek: "De Ware H.P.B." in de etalage van de Korte Bisschopstraat zien liggen voor f 3,90. Of IJsbrand er vier wil kopen want ze kosten in Amsterdam f 9!

De meisjes Marie en Riek zijn op 23 mei teruggegaan naar Heveadorp bij gebrek aan werk. Het boterde niet meer zo. Terug wachtte hun een paar maanden later een zware tijd bij de slag om Arnhem. Ze werden gedwongen te evacueren. Marie naar haar geboorteplaats Leerdam. Dank zij het vak dat zij bij Thea had geleerd kon zij bij een boer verblijven en de kost verdienen.


In juni 1944 slaat in Epse het onheil toe. Hun huis, de 'Buitenkamp', wordt gevorderd. De Thomassens moeten een ander onderdak vinden. Ze doen dat aan de andere kant van Deventer in een villaatje, het "Donskampje". IJsbrand begint al onmiddellijk loopgraven te spitten voor het geval er gevechten uitbreken. Hij wordt beloond, want tijdens het graafwerk ontdekt hij onder de grond een kist met flessen wijn, die de (onbekende) vorige eigenaars van de villa achter hebben gelaten.


Uit Amsterdam klinken andere geluiden: "Pa zegt we kunnen beter in de stad eten. Je krijgt voor 22 cent een groot portie wat de pot schaft en je kan ook een bordje appelmoes krijgen voor dertig cent. Een uitgebreid dinner kost 95 cent met drie soorten groentesoep en een nagerecht. Daarom eet Pa 's avonds niet meer thuis.

IJsbrand komt met de zomervakantie logeren. Teruggekomen in Deventer gaat hij roeien op de IJsel alsof er niets aan de hand is.

Uitstapje naar de Hilversumse hei.

Pa: "We gingen met de heer Sarlemijn en zijn zoon Richard en Kees naar Harderwijk in de hoop daar connecties te zoeken voor goedkope levensmiddelen. Maar niets, hoor! Ook daar is alles gelijk hier. Gisteren gingen wij met ons drietjes en tante An naar Valkeveen. Daar is een heel grooten speeltuin met wel 50 diverse pretjes. Enfin buitengewoon leuk voor de jeugd. Aangezien ik geen aanvechting heb voor diverse lolletjes verdween ik per tram naar Hilversum. Kees kreeg een zwem-abonnement voor een half jaar en gaat thans elke dag naar het zwembad. De Heer Servaes is daar nog altijd badmeester. Mijn avondbridgepartij bij Sarlemijn is nu ook afgeloopen doordat we tien uur thuis moet zijn. Vrijdag gaat Moes weer met z'n zessen naar Muiderberg en zoo genieten wij van het mooie weer."


IJsbrand gaat ondanks alles over naar de 4e klas U.L.O. in Devnter, zonder onvoldoendes. Alleen voor schrijven krijgt hij een vijf. Geen wonder want zijn hanepotenschrift stelt iedereen op de proef. Vooral de onderwijzers die zijn werk moesten nakijken. In juli trouwt Mien met Henny Mulder. "Moge Henny de ware pisang voor haar zijn" schrijft IJ.

IJsbrand ontvangt ook nog wel eens een teken van leven van zijn oude Amsterdamse schoolvrindjes. Met Hans Götze had hij vroeger al plannen gesmeed om een tekenfilm te maken. Ze willen poppetjes direct op blank gewassen normaalfilm tekenen. Een draaiboek is al gemaakt. Hans schrijft: "Je hebt nogal lang moeten wachten op antwoord maar dat komt omdat ik nogal druk met goochelen bezig ben geweest. Ook heb ik een een ontwerp gemaakt voor de dunne. Maar toen ik deze figuur na wilde tekenen kreeg ik weer iets heel anders. De enige mogelijkheid is om tekenles te nemen in het bijzonder in het poppetjes tekenen. Het ontbreekt me echter aan geld. Over het draaiboek wilde ik zeggen dat ik scene 8a-10a wilde vervangen door een bel die bijna barst van de trillingen. Verder is het draaiboek zo wel naar mijn zin."

Uit logeren
Augustus 1944. "Moes ontving zojuist een rekening voor het boek "Theosofie en de moderne Wetenschap" op haar verzoek naar jou gezonden. Begeef je toch niet op Theosofisch gebied. Da's zware kost en totale onzin. Gisteren is Kees met Moes naar tante Rens te Blaricum te logeren gegaan. Wanneer ze terugkomen weet ik niet want de verhouding daar is verre van aangenaam, ook doordat haar man niet accoord gaat met haar gek gedoe om plots fijn Rooms te worden. Noes en Tinie waren ook bij tante Rens gelogeerd. Maar die zijn door de twist aldaar kort gebleven. Het reizen per trein is verre van aangenaam. Eerst word je hydrolisch in een stampvolle trein geperst en in Hilversum is het wachten op de autobus die om de twee uren gaat. Een uur stond ik wel te wachten met honderd menschen en tenslotte konden er maar vijftig mee. Enfin ik was juist nr.50 en hobbel-de-bobbel gaat het dan naar de plassen. Tegenwoordig wordt het ook steeds gevaarlijker door de beschieting van de treinen door vliegtuigen."

"Heden gaat bij ons weg mevrouw ten Brink van de achterkamer, die haar man het huis uitgezet heeft. Maar zelf is ze behept met kleptomanie. Ze gapt alles van anderen weg waarvoor ze al diverse perkara's heeft. Moes mist b.v. twee japonnen en een paar schoenen. Daar heb ik de politie bijgehaald. Intusschen had ze een vriendin hier te logeren die op het punt staat een baby te krijgen. Bijtijds heb ik ze het huis uitgekregen." Overal in Amsterdam zijn volksspelen in diverse buurten. Ook Kees deed mee in de 1e Helmersstraat met hardlopen en hoepelen. Zelfs ouden van dagen doen mee en de prijzen zijn heel mooi. B.v. een paar pond boter of zoo. Ook Tinie was in haar buurt van de partij."

"Pa is de laatste tijd steeds aan het reizen. Hij gaat ook steeds met ons mee en is heel tevreden. Hij sjouwt wel steeds een visnetje mee. Voor niets want hij vangt nooit wat. Wij hebben geroeid op de Loosdrechtse plassen. Het water was zo helder dat je de vissen zo kon zien zwemmen. Omoe en ik werken nog steeds samen. Zij heeft er veel aardigheid in en ze verdient er natuurlijk wat bij. Otje bleef bij ons logeren. Dat is een bijdehante aardige beleefde en schrandere jongen.. Verdere dagen is Moes met de kinderen naar Aalsmeer en Zaandam geweest en diverse bioscopen bezocht."

29 aug 1944: "Ik hoop dat Frits gelijk krijgt dat de oorlog vòòr 15 september afgeloopen is. Volgende maand wordt ik 70, zegge zeventig jaar. Dat is een heelen leeftijd. Mijn goeden ouders zijn zoo oud niet kunnen worden. Beiden stierven op ongeveer 62-jarige leeftijd. De heer Schrader kreeg een baan bij de luchtbeschermingsdienst. Oom Dik zien we nu en dan. Als onderduiker moet hij erg voorzichtig zijn. Zijn zoon Hans heeft TBC gekregen door ondervoeding. Omoe komt hier elke Woensdag. Dan vergast zij zich op veel taartjes die zij zelf meebrengt op rekening van Moes. Erg vies zien ze er uit. Nu en dan ga ik bridgen bij Sarlemijn en Schrader."

September 1944, Thea: "Wij zijn een keer naar de opera geweest. Lohengrin speelden ze. Ik vond het zo prachtig dat als mijn financiën het toelaten ik ze allemaal wil zien. Kees vond er niets aan. Hij had de hele avond het gejank in z'n oren. Wij deden van de weeromstuit ook alles maar op zang totdat Pa begon te mopperen over ons gegil."

5 september: "De Geallieerden zitten reeds in jullie buurt en kunnen binnenkort heel Holland bezet hebben. Een ieder is hier daarom op zijn hoede. Scholen en vele inrichtingen zijn gesloten. Visscher is als N.S.B.-er uit Amsterdam verdwenen."

Dolle Dinsdag. Mien en IJs spellen de krant uit.
>
Dolle Dinsdag. Wat lazen zij in de krant?

Inderdaad is in Deventer de spanning ook naar het kookpunt gestegen. Bewoners turen langs de wegen of de geallieerden al in aankomst zijn. IJsbrand en Mien Thomassen bevinden zich onder hen. Maar de blijde verwachting wordt al spoedig de bodem ingeslagen en maakt plaats voor diepe teleurstelling.

Nadat twee fietsen uit de garage gestolen worden bespant IJsbrand het terrein met een ingenieus systeem van verklikdraden, verbonden aan een stapel blikjes die bij hun val wel de slapenden wakker moeten maken. Maar natuurlijk vertonen de dieven zich niet meer.

Dan dient zich een ander onheil aan: ze worden weer het huis uitgezet door de duitse bezettingsmacht. Voor IJsbrand wordt een tijdelijke opvang gevonden bij Thom Thomassen Jr. en zijn vrouw Marianne . IJsbrand kent hun goed want hij heeft er vaak opgepast.


Thea:"Twee van onze gasten zijn niet thuisgekomen. Ze waren vlak bij huis bij de brug. Maar het was vijf minuten over achten en ze liepen in de armen van een agent. Nu zitten ze op het politiebureau tot morgen vier uur. We krijgen nog maar enkele uren gas per dag. Wij zijn ook maar weer naar de gaarkeuken overgewipt. Er zijn haast geen aardappelen meer. De trams rijden van tien tot vier niet meer. Er gingen de vorige week zo veel geruchten dat je er gek van werd. Ieder uur werden de Engelsen verwacht. Ze stonden met broodjes en bloemen op de Hoofdweg om ze welkom te heten."

Het postverkeer is vanwege de spoorwegstaking stilgelegd en wordt nu nog slechts door het Rode Kruis verzorgd. 16 oktober 1944: "Een ieder is bezig aardappelen en groenten in te slaan mitsgaders brandhout. A.s. Maandag krijgt ieder bij de gaarkeuken per dag een portie van 3/4 liter. De trams lopen niet meer. Bioscopen en vermakelijkheden zijn gesloten. Heel Amsterdam heeft geen electra meer. Wij toevallig wel omdat wij bij het Ziekenhuis gelegen zijn. Kees gaat nog geregeld naar school. Maandag wordt het gas afgesloten, dus moeten wij een en ander op een vuurtje of potkachel kooken. Moes loopt nog steeds naar Hocus Pocus. De heer Daumiller kwam ons na lange afwezigheid bezoeken. Hij heeft lang en op diverse plaatsen gevangen gezeten. Er waren daar mensen in het kamp die werkelijk van honger gestorven zijn. Visscher is wel ter plaatse maar komt niet meer op bezoek (gelukkig)." Kees schrijft: "We zitten alle stoelen en tafels uit elkaar te hakken."


IJsbrand past zich aan bij Thom en Marianne. Hij voelt zich aangetrokken tot de sympathieke Marianne, die hem al eens jaren eerder pianolessen heeft gegeven. Maar in die streken dringt het oorlogsgeweld ook op. Ze krijgen inkwartiering van de SS. Er is ook nog een onderduiker. IJsbrand moet op een bank in de voorkamer slapen. In de verte klinkt geschut bij de IJssellinie. IJsbrand wordt opgeroepen om te werken voor de Organisatie Todt, maar gaat niet. Het is een spannende tijd. Het enige waar ze geen gebrek aan hebben is voedsel.

Het geestelijk leven laat zich niet temmen.
22 Oktober 1944: Thea: "Ik ging naar een lezing met het onderwerp: "In Liefde bloeiende". Liefde met een hoofdletter betekent net of je zuiverder lucht inademt."
22 oktober 1944: "We gaan iedere avond om half acht naar bed. Omdat ik dat niet gewend ben lig ik 's nachts uren wakker m'n zonden te overdenken. Zo bedacht ik, is het niet beter dat we onder deze benarde omstandigheden bij elkaar zijn. Ik zou je kunnen halen. In twee dagen loop ik wel naar Deventer. Dan verkleed jij je in vrouwenkleren en gaan we in de schemering weg. Uit de Centrale keuken nu nog maar een half liter eten, wat heel weinig is. Bijvoorbeeld met pap kan één man alle drie porties op. Tante Cor heeft een huis vol mensen. Ze doen allemaal mudje bij mudje en komen zo tot een groot geheel. Aardappelen kosten nu f 80 - 100 per mud, of je moet ze bij de boer gaan rooien, wat Ton van Baalen doet. De Duitsers slepen hier alles weg. De margarine lijkt wel wagensmeer. De gehele voorraad boter en margarine zijn bij de VAMI in beslaggenomen.

Kees heeft een Hollands krantje gevonden wat ze vanuit Engeland verspreiden. Er stond in dat de Engelse koning en Prins Bernard op Nederlands gebied een kerkdienst bijwoonden. Jammer dat we hier geen dynamo hebben dan konden we nog wat licht maken. Je ziet hier mensen met een windmolen op het dak. De petroleum kost hier veertig gulden per liter en de kaarsen f 5 per stuk. Er wordt hier zoveel hout gesprokkeld dat de hele Wandelweg al verdwenen is. Iedereen trekt er met zaag en bijl op uit."
8 november 1944: "Met dat bombardement op de Deventer spoorbrug begrijp ik niet dat jullie niet hierheen komen. Ik heb net uit twee grote rijnaken, die als hospitaalschepen waren omgebouwd, 800 gewonden zien versjouwen. Zij lagen bij de Bilderdijkkade/de Clerqstraat en gingen allemaal naar het Wilhelmina Gasthuis. Dat ging drie dagen door. Je kunt begrijpen hoeveel gewonden hier al liggen. Om half zes is het al donker. Ik kan niets meer uitvoeren. Op z'n hoogst kan ik wat zitten breien. Het ene haal ik uit en maak er weer wat anders van. Ik koop nu maar en flesje brilliantine voor twee gulden - heel klein. Ik brand dat in een theelichtje. Boter kost hier veertig gulden per pond. Verscheidene mensen lopen met een handkar naar Hoorn en Enkhuizen. Ze doen er acht uur over."

Thea en IJ hebben ruzie, zoals gewoonlijk over geld. Nu zij niet meer werkt is zij geen kostwinner meer. Het heeft de stemming wel grondig bedorven dat zij nu van haar man geld wil om zwart eten te kopen. Hij wil niet. Zij gaan ieder hun eigen weg. Hij gaat in de stad eten en zegt goedkoop uit te zijn. "Ik heb jouw oud pak voor dertig gulden en een paar etalageschoenen voor vijftig gulden verkocht. Mijn spaarbankboekje heb ik maar weer geplunderd. We gingen naar het Waterlooplein. Ik was zo druk met het uitzoeken van haken en oogjes dat ik niet opmerkte dat een klein Duits soldaatje z'n revolver trok en er op los schoot. Direct waren de kraampjes leeg. Kees kocht in de Oudmanhuispoort 10 oude Levens van 1934 vol met sensaties voor f 0,75. Ik zal blij zijn als die krantenmanie van hem eens afgelopen zal zijn."


Op het web sinds begin 2006. Bijgewerkt 22 maart 2017.

© Michael Rogge 2017


VOORGAAND:

De vooroorlogse Helmerbuurt


Uw herinneringen gevraagd

Heeft u nog herinneringen/foto's/films uit deze buurt in de jaren dertig en veertig?
Ik zal ze graag van u horen/zien. Email naar manandu @ xs4all.nl, maar laat de spaties in het adres weg, (die zijn daarin gezet om spam te voorkomen), of zet een bericht in mijn gastenboek (klik hier). Zou je je email adres (eventueel in verbasterde vorm vanwege spam) erbij willen zetten? Dan kan ik eventueel reageren.