De W E R E L D E N van I J S B R A N D
II

IJsbrand's eerste levenslicht 1929 - 32

"Ja, als u hem nu even zo stil houdt, dan maak ik een foto."

Een grote spiegel op de schoorsteenmantel weerkaatst Rogge met zijn balgcamera op statief. Hij is nog in pyjama, zijn favoriete dracht overigens ("Ach, we liepen in Indië toch ook altijd in kebaja. Wie gaat er nu die ongemakkelijke kleren van hier aantrekken, terwijl je ze een paar uur later alweer uit mag doen!"). Bovendien was het warm weer voor de tijd van het jaar en binnenshuis 30º Celsius. Zuster Meeuwsen houdt het vleesknoedeltje omhoog in het zonlicht. De oogjes van het oudemannetjesgezichtje sluiten zich krampachtig. Een klik en de foto is genomen.

Vader en zoon bekijken elkaar aandachtig 27-6-1929

Rogge is zichtbaar trots. Gisteren beviel Thea om negen uur 's morgens van een zoon. "Hix habitat feliecietas" schrijft hij trots in potjes Latijn en "berslamat" in het maleis en voegt daar uitgelaten aan toe: Het geheim van Baardman? Zoowaar zeg ik U dat hij met Gods zege geboren is en voortaan de namen zal dragen Ysbrand Cornelius. Dat hij steeds dankbaar zal zijn voor degenen die hem liefhebben." Gekscherend was de spruit al als "baardmannetje" aangekondigd. Rogge was zo zwaar behaard over zijn lichaam dat zijn zoon er ook alleen als een mensaap kon uitzien. Dat moest echter nog 70 jaar wachten!

De weeën hadden zich al vanaf 7 uur ingezet gepaard gaande met pijnlijke krampen. Toen vond "het Scheppingswonder", zoals Rogge het noemt, plaats. Het was een dag vol emoties geweest rond het nauwe slaapkamertje op de eerste verdieping van de Admiralengracht 181. Rogge is plichtsgetrouw dadelijk naar het stadhuis getogen om aangifte te doen. Het was pracht weer. De secretarieambtenaar noteerde in hanenpoten "...aan welk kind worden gegeven de namen IJsbrand Cornelius." Het zijn eeuwenoude familienamen. "Ik mag dan beneden mijn stand zijn getrouwd. Nu kan de famille niet meer om mij heen." denkt Rogge slim. Hij weet dat zijn broer Henny, psychiater in Caïro, familieziek is. Rogge, zelf autodidact, ziet enorm tegen hem op, zoals trouwens tegen iedereen die òf bestudeerd òf vermogend is. Zelf schopte hij het niet verder dan een paar klassen machinistenschool en daarna een kleurrijk avontuurlijk bestaan in Indië.

'Moeders trotsch, 4200 gram, het Nina Bobo zingende. 27-6-29

De uitzet was allang aangekocht. Luiers à 39 cent. Een kinderwagen voor twee gulden (zal wel tweede hands geweest zijn). Een kinderbedje, dat al veertien dagen tevoren was opgesteld, kostte ƒ 8,50.

De verloskundige, mevr. Veenboer-Veldt ontvangt ƒ25, en zuster Meeuwsen moest het met de helft daarvan doen. Maar ze krijgen na de geboorte wel een bonus van tien en vijf gulden. Er was ook een dienstmeisje, Corrie Schuurmans, aangenomen tegen vier gulden per week. In augustus wordt ze alweer afgedankt omdat er geen werk meer voor haar is.

"IJsje", 8 pond zwaar, slaapt na de meest enerverende gebeurtenis die hij ooit mee zal maken in zijn leven. Vreemde pijntjes, gewaarwordingen en stemmingen moeten hoog nodig verwerkt worden. Maar daar gunnen zusters Veenboer en Meeuwsen hem niet veel rust voor. Zij vergasten hem op een andere tractatie in de pas betreden werkelijkheid: een badje.

Thea maakt zich zenuwachtig als de baby niet wil drinken en maakt zich zorgen of de moedermelk wel voldoende krachtig is. IJsje wilde dan ook niet in het gareel lopen. Hij zuigt op zijn tong i.p.v. aan de moedertepel. Zij hebben moeite de tepel boven het tongetje te krijgen. Voeding duurt zodoende wel een uur.

De hele familie komt op kraambezoek. De belangrijkste is natuurlijk broer Henny uit Caïro, op dat moment in Nederland.
Midden juni gaan moeder en kind al een straatje om in de kinderwagen.
In augustus is de baby precies 5630 gram zwaar. Overdag is hij schreeuwerig. Goddank houdt hij zich 's nachts koest. Als IJsje zichzelf in de spiegel ziet gaat hij lachen. Het zwarte haar bij de geboorte heeft nu plaats gemaakt voor blond haar.

Hij heeft wel eens buikpijn. Door hardlijvigheid horen ze van de dokter. Met gortwater wordt de ontlasting gemakkelijker en schijnt de buikpijn te verdwijnen. Later krijgt hij ook medicijnen daarvoor. De speen waaraan hij verslaafd is wordt afgeschaft om te voorkomen dat hij daar liever op zuigt dan zijn moeders' tepel.

September 1929

De sleutel draait om in het slot. Rogge raspt zijn keel als hij de kamerdeur openduwt. Een sombere trek tekent zijn gelaat. Thea zingt voor de blèrende baby een wiegeliedje. IJ breekt het ruw af.

"Kom net van de bank."
"Wat is er dan?", vraagt ze bezorgd.
"Nou, lees maar in de krant."Beurskrach in Wall Street". Al mijn geld weg. Mijn aandelen zijn in elkaar gedonderd. De bodem is onder de markt uitgevallen." Thea tracht te sussen. Het zal wel meevallen. Ze kan zijn financiele manipulaties toch al niet volgen.

"Meevallen? Mensen springen in Amerika gewoon van ellende uit het raam! De bank wil dat ik aanzuiver. Ik houd praktisch niets meer over. Ik kan nauwelijks de huishuur betalen! We moeten heel zuinig gaan leven. Het is nu: Hangen of ...."
Hij aarzelt: "Werk krijg ik niet in dit land. Heb alles geprobeerd. Niets lukt. Ze weten niets anders te zeggen dan: diploma's, meneer."
"Ben je gek," zegt Thea flink. "We doen net als moeder de vrouw: kamers verhuren. Hebben we tenminste gratis een dak boven het hoofd. Zij had toch ook niets toen ouwe Pieter wegliep? Op de pof is ze een pension begonnen en kijk hoe het loopt."
"Nou, daar moet je nodig over opgeven. Ze heeft net haar pension verkocht aan een paar oplichters die er met haar geld vandoor zijn."
"Oh, laat haar maar schuiven, die redt zich wel."

De baby begint weer te huilen.

"Ga eens met dat kind in de kinderwagen de straat op. Ik word gek van dat geblèr." snauwt zijn vader geërgerd. Thea volgt gedwee zijn commando op.

Toch moet er geld op de plank komen. Ze hebben nog allerlei dingen nodig voor de baby. Een tweedehands kinderstel: drie gulden. Een box vijf. Een korset 47 cent. Een slopbroekje twee gulden. Alsof het allemaal niets is!

Op 1 oktober 1929 is IJsje al 65 cm lang. Zijn voedig: spinazie en een banaan per dag. Een maand later kan hij staan, alhoewel hij zijn evenwicht nog niet kan houden. Hij gaat nu eens per week in het badje met veel plezier.
Eind november is hij heel wat zoeter. Hij is dan 80 cm en 8 kg. zwaar, dol op de schommel die IJ voor hem opgehangen heeft.
Hij kijkt vanaf de geboorte wel een beetje scheel, noteert Rogge bezorgd. Vallen hoort er ook bij. Soms met een salto mortale vanuit zijn stoeltje op de grond. Ook slaat af en toe een verkoudheid toe.

1930

Een jaar later.

IJsbrandje staart naar het zonnelicht dat een felle baan over het behang trekt. Een bijzondere stemming maakt zich van hem meester. Er ligt iets ongrijpbaars in. Af en toe zal het beeld en die stemming bij hem terugkeren tot laat in zijn leven.

Zuster An met Tine en Noes op bezoek

IJ noteert: "Het eerste benedentandje is doorgebroken. Tegelijk is er een verandering in zijn doen en laten ingetreden, wordt verstandiger en is opgewekter. Tot dusverre zijn zijn geluidsuitstotingen vrijwel gelijk die van een aap, d.w.z. afkeurende of vragende uitstootingen. Het zijn in zijn bedje of box verveelt hem vlug. Omdat hij daarin steeds danst mat hij zich te veel af. Dat dansen blijkt een zenuweigenschap te zijn. Daarmee eenmaal begonnen schijnt hij niet te kunnen stoppen. Het appelboompje dat uit de pit op IJsbrands geboorte is opgegroeid en dat 10 cm hoog is ontluikt na een maandenlange winterslaap. Het menschelijke ontluikt in de kleine IJ. Hij tracht na te praten, klapt in zijn handjes als men dat voor doet en wordt veel verstandiger en zoeter. Zijn eerste melktandjes laat ik in goud zetten ter herinnering."

Op IJsje's eerste verjaardag is er bezoek van Thea's zuster An met haar baby Tinie en Noes, die dan twee jaar oud is. Nicht Trees is ook van de partij. Zij is een aangenomen kind van oom Abe en de aangetrouwde tante Pietje, die hun dochtertje jong verloren hadden. IJ's werkstuk, een kijkkast van een zeegezicht, waarop hij een week gewerkt heeft, wordt alom bewonderd. Van zijn zuster Mien hebben ze een teddybeer ontvangen.

Op het balkon Admiralengracht 181 met Graf Zeppelin

Het luchtschip de 'Graf Zeppelin' glijdt statig over de daken heen als een teken aan de hemel aan de bezorgde inwoners van de hoofdstad. De crisis levert de nodige gesprekstof op. Thea schrikt plotseling op. "Waar is IJsje?" Hij is nergens te bekennen. Dan zien ze de kleuter op de stenen muur van het balkon staan onbewust van de gapende diepte onder zich. Schrik. Thea sluipt nader. Met een handige greep zwaait ze hem van de balustrade af. Hij moet nog een aantal jaartjes mee.
's Avonds komt nog meer familie op visite. Thea's oudste zuster Rens en haar man Wim brengen kleurtjes en een rammelaar mee. Omoe kon niet komen. Ze werkt als huishoudster bij iemand in Steenwijk.

Het is september 1930. De bel gaat. Het zijn de buurkinderen Anneke en Toosje. "Alleraardigste kinderen", vindt IJ, die een zwak heeft voor jong ontluikend schoon. Ze komen de kleuter halen om te lopen. IJ geeft hun een dubbeltje om de Admiralengracht in een pontje over te steken. Het is nog een nieuwe buurt daar aan het eind van de Overtoom. Blokken huizen staan als eilandjes in een zee van zand. In de verte klinkt een ritmisch gesis en geplof van hei-machines. Ze steken de gracht met een pontje over. Met grote ogen kijkt IJsbrandje naar het reuzenwiel waaraan de veerman draait om het bootje langs een lijn naar de overkant te bewegen. Een vreemde sfeer maakt zich van hem meester. Hij droomt ervan en ziet zich meegenomen over een reuze-zandvlakte naar een huizenblok.

Een duistere kamer - IJsje wordt binnengebracht op de arm van zijn moeder. Hij ziet zijn vader aan de slinger van een gevaarte op tafel draaien. Er klinkt een vreemd ratelend geluid en er straalt een bundel flikkerend licht uit. Hij ziet iets bewegen op een wit laken tegen de wand. Een gevoel van nieuwsgierigheid maakt zich van de kleuter meester. Waar zijn ze mee bezig? Rogge bezoekt veilingen voor meubels voor de kamers die ze verhuren. In plaats daarvan brengt hij echter een filmprojector mee.
"Het ging voor een habbekras." Bovendien zat er een film bij, "Het Meisje met de Blauwe Hoed". Thea denkt: Ik dacht dat je je geld kwijt was? Maar houdt wijzelijk haar mond. Toch heeft de baby tot dusverre ƒ 193,50 aan uitgaven gekost. Zou hij ooit in staat zijn de kost voor hen te verdienen ?

In mei '31 krijgen ze bezoek van een zuster van de T.B.C. bestrijding. Reden zijn de kontakten met Thea's zuster An de Vetter en haar kinderen. Haar man, door de familie Bul genoemd, is met T.B.C. opgenomen in het Wilhelmina Gasthuis. Besmetting is niet uitgesloten. Gelukkig blijkt dat na onderzoek niet het geval te zijn.
Zowel Bul als zijn gezin gaan een zeer moeilijke tijd door. Enerzijds zijn ziekte, waarvoor dan geen medicijn bestaat, anderzijds geldgebrek. Zelfs toen hij gezond was had hij heel wat banen versleten. In het begin kan hij nog optimistisch zijn als hij vanuit het ziekenhuis woordgrapjes kan maken als hij aan zijn ongeruste schoonmoeder in Steenwijk schrijft op 28 januari 1931: "Beste Moeke, ik wou u even de kwebsie uitleggen. Ik werk nu al de tweede week voor het weekblad "Cinema en Theater". Dus vanaf Maandag 19 Januari op ƒ 17,50 salaris + ƒ 0,25 provisie voor iedere abonné. Ik moet echter minstens 30 abonné's per week maken."
Maar dat inkomen kwam te vervallen, dus was er geen cent voor het gezin.

EERSTE VERKENNINGEN - 1931

Het is twee jaar later.
Thea haalt IJsje uit bed. Hij is nu bijna een meter lang. Ze vertroetelt hem. Koezen noemt ze dat op z'n fries. Ze maakt een tuitje van haar mond en maakt geluidjes. IJsje slaat haar gekir aandachtig gade en kraait het dan uit van plezier. Rogge komt binnen, kijkt misprijzend rond en snauwt:
"Je moet niet zo gek doen met dat kind. Je verwent hem veel te veel." zegt hij jaloers. Thea gehoorzaamt gedwee. Ze denkt: "Wacht maar tot je weg bent, vent!"

IJ doet intussen verwoede pogingen om een bron van inkomen aan te boren. Hij richt de Preanger Theehandel "Sempoerna" op en zet advertenties in de Telegraaf: "Preanger thee onovertrefbaar 1e kwaliteit O.P.(geen gebroken of gruis) Theeballen afgepast voor één theepot. Luxe half pds. verpakking à 90 ct. Vraagt monster en offerte. Agenten voor alleenverk gevraagd. " En: "Theeplanter levert Sempoerna afternoon thee tegen matigen prijs." Hij weet zelfs in een krantje een promotie stukje geplaatst te krijgen: "Wij bevonden dat dit hooggeroemde product uit de hooglanden van West-Java inderdaad voortreffelijk smaakte en wij twijfelen dan ook niet, of deze thee, die door de Firma Y.Rogge wordt geimporteerd, zal haar weg wel vinden." Helaas, het is crisistijd. Het wil niet lukken. Ook zijn mooie briefpapier met een foto van drie Javaanse meisjes in klederdracht wil niet imponeren. Slechts de familie in Deventer neemt uit medelijden af.
Als de triplex kisten thee worden afgeleverd en opengemaakt wordt de hele etage in theestof gehuld. Er moet gemengd worden en exakte hoeveelheden in speciaal daarvoor gemaakte en bedrukte dozen overgebracht worden. Het kost allemaal veel geld en daarvan komt weinig binnen. Er zit niets anders op om zelf maar veel thee te drinken. Proost !

Rogge bemerkt dat er behoorlijke prijzen voor levering van lege bedrukte dozen gevraagd worden. Hij stort zich daarop en begint een kartonnagehandel. Ook daarin krijgt hij geen poot aan de grond.

De grandioze uitvinding van de onoverkookbare melkkoker.

Thea laat vaak melk overkoken. Dat brengt hem op een ander lumineus idee. Hij gaat een melkkoker, die niet over kan koken, uitvinden. Hij schetst er een op papier met een grote uitlopende bovenrand. Hij laat tegen niet geringe kosten een model vervaardigen bij de Kamper Emaillefabrieken. Tenslotte wordt er patent op aangevraagd en nog verkregen ook. Helaas zit niemand te springen op een dergelijke uitvinding. Het zoveelste luchtkasteel gaat in rook op.

In juli 1931 verhuizen ze naar Valeriusstraat 212. Thea heeft heel wat met IJ te doorstaan gehad. Hij ging pijnen in de rug voelen en begon vreemd te doen en hallucinaties te krijgen. Wat moest zij met die vreemde man aanvangen? En dan nog de baby! Dr. van Daalen van de Nassaukade verwees haar door. Hij wordt opgenomen in de Valeriuskliniek. Daar ontdekt men uiteindelijk dat hij pleuritus heeft: een gezwel achter een rib. Tijdens een operatie wordt een rib weggezaagd. Het gezwel barst open en Rogge is verlost van zijn vreemde kwaal.

In augustus verhuizen ze alweer. Nu naar de Tweede Helmersstraat 84. Ze huren daar de eerste verdieping en de zolder-etage. Daar willen zij mensen in pension nemen. Dat mag volgens het huurkontrakt niet, maar huisbazen zijn in de crisistijd maar al te blij een huurder te vinden. Er staan zo veel woningen leeg. Om de zoveel huizen steekt wel een bordje "Te Huur" naar buiten. Veel huurders verhuizen omdat ze de huur niet meer op kunnen brengen, of omdat de woning uitgewoond is. Nieuwe huurders worden met een fris nieuw behangetje gelokt. Die hebben er wel een verhuizing (op een handkar) voor over.

IJ steekt de handen uit de mouwen, alles op zolder wordt vertimmerd en extra wandjes aangebracht. Maar met de eerste pensiongasten, logé's als Rogge ze wijds betitelt, gaat het niet al te best. De juist getimmerde kamerwandjes blijken zo vlinderdun dat je elke zucht in het aangrenzende vertrek kunt horen. Daarover heeft hij al de eerste klachten binnen. Geen nood, Rogge heeft geleerd voor alles een oplossing te vinden. Hij spijkert plakken turf tegen de wand. Nu komen er weer klachten dat die turf zo stinkt. Mensen zijn ook nooit tevreden, niet te spreken over hun mentaliteit. De eerste twee huurders vertrekken heimelijk met de Noorderzon zonder huur te betalen. Met een andere huurder die niet wil betalen denkt mannetjesputter Rogge wel een oplossing te vinden. Hij haalt een speer van de wand en zet die de verbouwereerde wanbetaler op de keel. Die schreeuwt angstig om hulp. De politie komt erbij. Tot zijn grote verontwaardiging krijgt Rogge een waarschuwing dat die methode niet in Nederland in zwang is.
"Dat doet de deur dicht! In dit land beschermen ze de misdadiger nota bene!", moppert hij. IJ zal nooit wennen aan de Nederlandse verhoudingen. Arbeiders op straat noemt hij koelies. En ze laten zich niet eens commanderen als in Indië, bemerkt hij al spoedig.

IJ en Thea leren met vallen en opstaan hoe je het verhuren moet aanpakken. Bleven de eerste huurders soms korter dan een week, nu weten ze huurders langer te binden. De meesten blijven echter maar een paar maanden. Johan Sand, de vrijgezel is erg aangetrokken tot IJsje en blijft van 1931 tot 1933.

Van de familie zien ze die tijd niet zo veel. Omoe de Jong zit nog in Steenwijk. Er is suikerziekte bij haar geconstateerd. Thea's zuster Gré en haar man Hill wonen in Zandvoort.

Met Bul gaat het steeds slechter. Zijn vrouw An en haar moeder trachten hem op te beuren en raden hem aan op God te vertrouwen. Dat valt hem niet zo gemakkelijk, als steun van boven uitblijft. Hij schrijft vanuit het ziekenhuis op 28 september 1931 aan Omoe: "Om maar direct op God te vertrouwen valt niet mee. Mij tenminste niet, want als ik nu enkel mijzelf als voorbeeld neem, waarom ga ik eerst vier maanden flink vooruit om dan in te storten tot op het randje? Waarom ging ik dan niet dood toen ik in het begin zo ziek was? Heeft U Multatuli gelezen? Daar staat in: twee kinderen vielen in 't water. De één werd gered door God's goedheid, de andere verdronk (door God's kwaadheid?) Er is wel een Voorzienigheid, want zonder mijn ziekte had ik, geloof ik, nooit uit het geknoei gekomen, terwijl ik nu de dingen heel anders bekijk. Ja Moeke, 't klinkt ongelooflijk, maar Bul heeft wroeging en is absoluut tot inkeer gekomen (Tja, maar nou is het denkelijk te laat?). Misschien mag ik nog wat goedmaken van mijn fouten, en anders het onvermijdelijke maar als straf aanvaarden - als een ingrijpen van iets hoogers."

Bul hoopt dat An in een kiosk kan gaan werken, maar die baan krijgt ze vanwege de kinderen niet. Zij heeft hard geld nodig. An schrijft aan haar man op 14 maart 1932:" Van Gré en Hill heb ik nog ƒ 2.- gehad voor m'n verjaardag. Dat kwam me net te pas want ik had m'n invaliditeitsrente niet gehad. Ik moest tot over drie weken wachten. Dat was eens een strop."

Bul wordt somberder naarmate zijn einde nadert. Hij schrijft: "Ik heb het idee dat jullie zoo "en famille" zeggen dat ik het laantje maar uit moest, dat zou veel beter voor An zijn. Dat is wel goed bedoeld voor An, maar voor mij minder lollig."
Er bereiken hem nog andere geruchten. An antwoordt: "Vent, daar moet je niet steeds over praten dat ik je bedriegen zou. Je weet toch wel dat mijn karakter niet zoo is?"

Bul sterft op 11 april 1932. Hill troost zijn schoonzuster An: "Zoo vlug hadden we het toch niet verwacht. Hij heeft zijn 30ste verjaardag niet meer mogen beleven, de arme jongen."

An ontbreken de middelen voor een begrafenis. De familie van Bul is niet onbemiddeld. Zij laten echter niets van zich horen en zijn ook niet op de begrafenis aanwezig. Hij had de familie-eer bezoedeld door beneden zijn stand te trouwen. Zijn dochter Tine ziet hem op een brancard de trap afgedragen worden. Bul wacht een armengraf zonder volgrijtuigen vroeg in de morgen om 8 uur.

Het leven gaat door. Omoe maakt plannen om vanuit Steenwijk naar Amsterdam terug te keren. Maar ze heeft geen cent om een huurhuis tot pension in te richten. Hill geeft haar in een brief raad: "Het zou raadzaam zijn al uw inkopen bij 2 of 3 zaaken te doen. Loopt eventueel de zaak vast, wat we niet hoopen, dan staken we eerst de betaling van de zeil- en vitrageleverancier. Die versneden rommel halen ze niet zo gauw terug. Ondertusschen is het met de meubilairleverancier misschien op een accoordje te gooien, zoodat de woning dan niet zo erg leeg is." Hill gaat verhuizen uit Zandvoort en wil ook een pension beginnen: "Ik heb drie vaste wastafels noodig. Krijg ze, denk ik, niet op de lat. Maar als U er ook een paar noodig hebt dan zal die man ze wel op de lat leveren. Zooiets laat hij niet passeeren. Bloemgracht 172 moet U maar eens kijken. Wat een mooien tafels voor ƒ 25 en ƒ 28 met marmer en spiegels."

Huisbaas tegen wil en dank

De hele familie verhuurt nu kamers of heeft pensiongasten.

De zolderkamer waarin IJ en Thea nu van armoede hokken is zoals te doen gebruikelijk bedekt met een somber behang ("Haast voor niks op de kop getikt, zag.", triomfeert Rogge). Aan de wand hangen Rogge's indische attributen: wajang poppen, een batikkleed, speren en foto's, de weinige herinneringen aan het zoete tropische paradijs, waar hij de mooiste jaren van zijn leven sleet.

Om IJsje zoet te houden heeft hij een haak aan een balk van het plafond geschroefd. Daaraan hangt aan een touw een mand, waarin de kleuter wordt gelegd. Telkens als hij aanstalten maakt om te gaan huilen wordt het mandje door de zolderruimte geslingerd. Het blijkt een probaat middel.
's Avonds in bed luistert de kleuter naar de wonderlijke geluiden die vanuit de straat doorklinken. Daar is de opkoper die met een zangerige maar toch luide stem: "Voddèèè!" door de straten laat galmen, de visboer, of de scharensliep, die ook al zo een onwereldse vreemde roep laten horen. IJsje is ook bang van het doffe geluid van voetstappen die opklinken uit het trappenhuis naast zijn kamertje. Ze komen dreigend naderbij en op het moment dat hij een indisch monster verwacht binnen te dringen, sterven ze weg. Vanaf een plechtige hoogoprijzende kast staart nog slechts een angstaanjagend doodshoofd naar beneden dat zijn vader, die zich altijd zo in de kinderziel in kan leven, daar heeft opgesteld.

IJ ALS AUTEUR

IJ heeft de familie Krook leren kennen. Hij was tuk op het leggen van connecties met iedereen die uit Indië kwam. Hij had er een neus voor om ze op te sporen of te herkennen op straat, markt, of veiling. Niets weerhield hem er van om mensen zo maar aan te spreken. Krook was er een van. Hij was in Indië getrouwd met een "inlandse" vrouw "uit de kampong". Genoeg reden voor de blanke onkreukbare samenleving daar om hem links te laten liggen. Hun huwelijk was gezegend met een schaar kinderen. Zijn gegoede familie brak het angstzweet uit toen het gezin berooid besloot om naar Nederland te komen. Daar konden ze gemakkelijker geld lenen van de familie. Zo niet dan eiste de 'steun' wel de uitkeringen terug van hen.

Krook verdient er ook wat bij door stukjes te schrijven over Indië voor de Telegraaf. Hij verdient daar een aardig centje mee - dertig gulden per aflevering. IJ voelt daar ook wel wat voor. Hij beschikt immers in gezelschap over een schier eindeloze reeks verhalen? Hij schrijft het weekblad de Wereldkroniek op 23 november 1931 aan. Tot zijn vreugde nodigt men hem uit "eens een artikeltje, niet te lang, met een aantal foto's" in te sturen. Opgewekt schrijft hij een stukje en stuurt het op. Een week later krijgt hij het al terug: "Tot onze spijt moeten wij U mededeelen, dat de foto's beslist ongeschikt voor reproductie zijn." Bij het Algemeen Handelsblad, redactie Koloniën, vangt hij ook al bot: "Door den overstelpenden overvloed aan mij toegezonden artikelen kan ik uwe bijdrage geen plaatsing verleenen." "Dingen van de Dag" betaalt geen honorarium uit voor artikelen. Persbureau M.S. Vaz Dias vraagt in een annonce in de Telegraaf van 15 november 1931 naar artikelen. Rogge stuurt wat in. Ontvangt nooit antwoord.

Dan deelt de redactie van het tijdschrift "Tropisch Nederland" hem mee op 20 december 1931 dat opname van zijn artikel "in dezen vorm niet mogelijk is. Zoudt U zich niet de hulp kunnen verzekeren van iemand, die Uwe artikelen zoo redigeert, dat zij in druk genomen kunnen worden? Ik denk dat wat U mede te deelen hebt van Uw langdurig verblijf in Indië, wel de moeite waard is." Rogge neemt Krook in de arm. Die, ook al tuk op een bijverdienste, alles bijschaaft. Nu volgt wel opname. In hun nummers van 23 juni 1931 en 12 december 1932 plaatsen zij "Het Landgoed Pondok Gedé bij Batavia", verlucht met twaalf grote foto's en een kaart.

Rogge verhaalt hoe hij met zijn auto via de postweg Batavia-Buitenzorg het landgoed Pondok Gedé, op 20 km van Djakarta gelegen, bezoekt. Het grote buitenhuis werd door een Chinees, niet nader bij naam genoemd, bewoont. Rogge belt zoals gebruikelijk niet aan, maar loopt zo naar binnen en zet een boom op. Bij bezichtiging treft hij oude 17de eeuwse kanonnen aan en meubilair, servies en schilderijen uit die tijd. Het komt zelfs op Rogge als een sprookje over en hij vraagt zich af hoe dit zo goed bewaard is gebleven. Dat lag o.a. aan het werk van het personeel van de chineze eigenaar. Het huis was opgetrokken van Djatihout en steen, diende als voorpost voor de Oost-Indische Compagnie. Spionnen hadden de bevelhebbers melding gemaakt van grote rijkdommen in de binnenlanden, op verafgelegen heuvels zag men goud blinken.

Maar dan komt de aap uit de mouw: "Het spookt er". De geesten van de gestorven familie Miero, de vroegere eigenaren, kunnen hun geliefde plekje maar niet opgeven. Bovendien zijn ze kwaad dat het landgoed niet in bezit is gebleven van hun familie. Hun lichamen liggen weliswaar rustig achter het huis, in de schaduw van een grote heilige waringinboom, maar hun geesten dulden geen vreemden in huis. Zij werpen stenen, spugen sirih, en kloppen op vensters en deuren. Zij willen bezit nemen van mensen en ze zelfs doden. Men heeft de boosdoeners trachten te verdrijven door in het huis te overnachten, maar tevergeefs.

Naar de vermeende rijkdommen werd in de achtiende eeuw eindeloos gezocht . De bevelhebbers schreven voortdurend veelbelovende verslagen naar de bewindhebbers van de Oost-Indische Compagnie in Nederland. Die begonnen tenslotte lont te ruiken en gelastten de hele exploratie af zonder dat enig resultaat was bereikt. Het begin van een hongersnood deed zich daarna voor omdat de rijstvelden niet bebouwd waren gebleven vanwege de ontvolking voor dit doel.

Na deze katastrofe ging Rogge met zijn bodemkennis aan de slag. Van een inlander had hij een stuk erts gekregen. Na onderzoek bleek dat zilverhoudende loodglans te zijn. Rogge ging nu de hele omgeving afkammen om de herkomst van deze erts te ontdekken. Hij toonde het aan dorpshoofden in verschillende kampongs en zij verwezen hem steeds naar verdergelegen gebieden. Tenslotte bereikte hij een streek "Boejong Rong" genaamd. Daar ontdekte Rogge en zijn expeditie gesteente met loodglans. Door een gat te graven stuitten ze op een eeuwenoude mijnschacht, eens gegraven door uit China overgekomen mijnwerkers. Even was er schrik. Een vlucht van grote vleermuizen, verstoord in hun rust, kwamen woest naar buiten fladderen.

Hier ontdekte Rogge een twee meter dikke rif, die al behoorlijk door de Chinezen eeuwen daarvoor afgegraven was. Zij drongen tot 200 meter diepte door tot een plaats waar een instorting had plaatsgevonden. In het licht van toortsen blonk het loodglans als zilver. Dit had waarschijnlijk de geruchten doen ontstaan dat hier rijke zilvermijnen waren, waar de Oost-Indische Compagnie zo tevergeefs naar gezocht had. Rogge was van plan later nog eens terug te komen. Maar hij viste achter het net, zoals gebruikelijk. De Indische Mijn- en Exploratie-Mij., die wellicht van Rogge's exploraties hadden gehoord, hadden de loodglans rif in exploitatie genomen. Het hele gebied was nu afgesloten en de toegang verboden. Helaas zou hij in zijn verdere leven op meer van dergelijke teleurstellingen stuiten.

De enige vrucht die Rogge kreeg voor al zijn inspanningen om het artikel te schrijven was ƒ4 per bladzijde, foto's niet meegerekend.

Broer Cor

IJsbrand's broer Cor komt logeren. Hij heeft psychische problemen - ziet spoken, die hij met een fluitje de stuipen op het lijf jaagt. Thea mag hem wel. Hij is tenminste vrolijk. Cor is de laatste der Rogge's die is teruggekeerd uit Indonesië. Hij heeft als kapitein bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij de Indonesische Archipel bevaren. Moordend hete werkdagen waren het. Moederziel alleen, verstoken van enig kontakt met vrienden en familie vereenzaamt hij. Vader en moeder zijn gestorven. Broers zijn ook al uit het land. Cor wordt steeds eigenaardiger en vreest in de ban van de goena-goena magie te zijn. Hij is b ang voor de duisternis die hem omhult in zwoele tropennachten. Dan wordt hij belaagd door geesten die uit het donker opdoemen.

Het kost hem zijn aanstelling. Zijn broer Henny, psychiater, doet alle mogelijke moeite om een therapie voor hem te vinden. Helaas zijn er nog geen medicijnen voor dergelijke geestesziekten. Tenslotte vindt Henny plaats voor hem bij een familie in Gheel in België. Daar hoeft hij zich niet eenzaam te voelen want in het stadje wonen wel duizend geesteszieken. Gheel is daar sinds de 15de eeuw beroemd om. Thea had hem best wel zelf willen verplegen. Ze mocht dat kinderlijke in hem wel. IJsje kijkt verwonderd naar dit fenomeen: een oom met een hutkoffer vol met speelgoed waar hij niet aan mag komen. Dan is er dat fluitje waar hij op blaast om boze geesten weg te jagen. "Pfief" roept hij en weg zijn ze. Maar het leukst is als IJsje een griotje uit een doosje mag uitzoeken. Hij is dol op snoepen.
Dan op een dag is oom Cor verdwenen. IJsje ziet die aardige oom nooit meer terug.

- - - - - - - - - -

In het december 1933 nummer van "Nederlandsch-Indië. Oud en Nieuw" verschijnt een in het Engels vertaald verhaal van Rogge: "The Diamond and gold fields of Landak." Rogge beschrijft een tocht naar West-Borneo, aangetrokken door diamenten die hij uit die streek gezien heeft. Ze deden niet onder voor de beste diamanten uit Zuid-Afrika. Er voeren vanuit Batavia kleine stoombootjes van de K.P.M. Rogge beschrijft hoe aan boord de passagiers van de eerste klasse zich onmiddellijk in groepjes bridge spelers verdeelden, "an essential precaution against boredom".

Afhankelijk van de trappen van de sociale ladder bevinden er zich nog passagiers in de tweede, derde en vierde klasse. De laatsten zijn dekpassagiers en hurken vredig neer "in the midst of evil smelling baskets of chickensand ducks, goats and cows, and other equally unsavoury companions". De volgende dag varen ze de Kapuas rivier op tot Pontianak. Aan de linkerkant het paleis van de Sultan, aan de rechter huizen de Europeanen en Chinezen.

Er is maar één Europees hotel. Iedere Europeaan is lid van de club daar. De nieuw aangekomenen maken zonder verlies van tijd kennis met de leden. "Apparently the supply of news is limited, so at times the members resort to gossip and scandal to eke out conversation." De plaatselijke gezaghebber, de resident, voelt zich zo in het nauw gedreven dat hij verspreiding van geruchten strafbaar stelt. De hoteleigenaar waarschuwt ten overvloede dat honden en bijvrouwen niet op de kamers worden geduld.

Rogge maakt zijn opwachting bij de resident en de sultan van Pontianak. Tevens bewondert hij de diamanten- en goudklompjes die door Chineze handelaren worden aangeboden. Rogge trekt verder per boot de Kapuas rivier op naar het dorpje Ngabang. Hij heeft wel een hut aan boord, maar moet zijn eigen kok huren om zijn voedsel klaar te maken. Aangekomen huurt Rogge tien maleise koelies om langs de Landak rivier verder het binnenland in te trekken. Hij ziet mensen van de lokale bevolking diamanten zoeken en koopt die ook. (Hij neemt ze mee naar Tjibadak en geeft ze aan leuke meisjes weg, of aan familieleden tijdens verblijf in Nederland).

Op expeditie in Borneo

Onderweg vindt hij onderdak bij dorpshoofden. Tenslotte komt hij bij de bron van de Landak rivier aan op bijna 1700 meter hoogte. Tot zijn teleurstelling blijken er geen diamanten te vinden. Hij gaat nu onverdroten de helling van de Nyut vulkaan op.. Bij het Serunah gebergte heeft hij meer geluk. Hij breekt een aantal kubieke meters zandsteen open en wast het. Dat levert hem een aantal diamanten op, waaronder één van een karaat grootte.

Hij trekt verder naar het Zuiden, slaapt in een Dajak dorpje Jambu. In de omgeving zijn veel diamantmijnen. De volgende dag bereiken ze Punkah. Hier graaft hij drie-en-halve meter diepe kuilen. De uitgeschepte aarde wordt gezeefd. In totaal wordt voor 400 karaat aan diamanten gevonden. De grootste steen weegt drie karaat. Het nederlandse bewind had kennelijk gezag, want Rogge ondervindt overal vriendelijke behandeling ondanks de diamantenschat die hij meeneemt. Bij de nederzetting Taina bezoekt hij een goudwinning van de Dajaks. Hij koopt voor 16 Nederlandse guldens goud met een gewicht van een zilveren gulden (8 gram?). Ze keren tenslotte naar Ngabang terug voor verdere exploraties. Maar helaas zullen we daar nooit meer over horen. Het artikel is ten einde.


Rogge Senior's foto's uit Nederlands-Indië, verwerkt tot YouTube clips, zijn hier te vinden:

VERVOLG:

  • Interview met IJsbrand op zender RTV-NH op 7 maart 2006.

    Op het web sinds begin 2005. Bijgewerkt 10 oktober 2017.

    Uw herinneringen gevraagd

    Heeft u nog herinneringen/foto's/films uit deze buurt in de jaren dertig en veertig?
    Ik zal ze graag van u horen/zien. Email naar manandu @ xs4all.nl, maar laat de spaties in het adres weg, (die zijn daarin gezet om spam te voorkomen), of zet een bericht in mijn gastenboek (klik hier). Zou je je email adres (eventueel in verbasterde vorm vanwege spam) erbij willen zetten? Dan kan ik eventueel reageren.

    Ik heb nog talloze vragen: Wanneer verhuisde de Spieghelschool van de Marnixstraat naar de Overtoom begin 20ste eeuw en wie weet meer over het hoofd van die school: Zwart? Wie heeft de volgende scholieren gekend? Willie Nifterik, Philip Mok, Sam Presser, Fred(die) van Dam, Steffie Dolk. Wie heeft herinneringen aan de Jacob van Lennepschool in de oorlogsjaren?